Youth

Paolo Sorrentino heeft het succes van La Grande Bellezza goed geabsorbeerd. Dat is, kort door de bocht, de conclusie die je zou kunnen trekken wanneer je er de premisse van zijn nieuwste en tweede Engelstalige film (na This Must Be the Place in 2011) op naslaat. Voor het internationale publiek moet Sorrentino’s favoriete acteur Toni Servillo wijken, niet voor één, maar voor twee vervangers die de klassieke observerende rol netjes verdelen. Fred Ballinger (Michael Caine, als een vis in het water) en Mick Boyle (Harvey Keitel), vrienden voor het leven, ontmoeten elkaar in een Zwitsers kuuroord waar Ballinger zich al twintig jaar geregeld terugtrekt. Hij is een gevierd componist en dirigent, maar zal de dirigeerstok nu definitief aan de kapstok hangen.

Regisseur Boyle is daar met een andere reden; hij sleept enkele scenaristen in zijn kielzog mee om zijn nieuwste film voor te bereiden. Twee oude mannen die in een exclusieve omgeving elkaars besef van wat was aanscherpen, het lijkt alsof de Italiaanse filmmaker op veilig speelt en zijn succesnummertje van twee jaar geleden nog eens overdoet. Grote artiesten hoeven zichzelf echter niet opnieuw uit te vinden om iets nieuws te doen. Het is veeleer in de nuance en het verleggen van accenten dat ze de consistentie van hun traject voelbaar maken. Concreet: het bijtende cynisme dat Jep Gambardella begeleidde bij zijn exploten in een decadent nachtelijk Rome maakt plaats voor een rustige menselijkheid en gevoeligheid. Sorrentino doet iets strafs; hij sluit ons twee uur op in het gezelschap van mijmerende oude mannen in een badhuis en maakt dat we er met volle teugen van genieten en tot het laatste moment uitkijken naar wat er te gebeuren gaat.

Zijn keuze van acteurs kon nauwelijks beter. Caine en Keitel brengen een levenslange ervaring mee om te reflecteren op de levenslange levenservaring van twee artiesten. Ook zij wenden subtiliteit en vakmanschap aan om het verschil tussen Britse gedistingeerdheid en Amerikaanse nuchterheid van elkaar te onderscheiden. Dat Keitel in zijn beste rol sinds lang eerder teruggrijpt naar The Piano dan naar Reservoir Dogs siert de man. Caine leunt dichter aan bij het klassieke Servillo-personage, maar brengt meer dan genoeg ervaring en persoonlijkheid mee om zich de rol toe te eigenen. Sorrentino ontwijkt meesterlijk zowat alle valkuilen waar hij in zou kunnen lopen; hij jongleert met grappen over incontinentie en geheugenverlies, maar laat de onderwerpen even snel weer verdampen; hij flirt met het sentimentele in de tussenkomst van Caines dochter die haar vader wijst op zijn tekortkomingen en hij laveert moeiteloos tussen een losse sketchstructuur en het opbouwen naar een climax waarin de motivatie voor het gedrag van zijn protagonisten wordt verklaard.

Dat er met het opvoeren van het personage van een filmregisseur in vertwijfeling geknipoogd wordt naar Fellini’s 8 ½ is uiteraard geen toeval. In navolging van de oude meester is ook Sorrentino’s film doorspekt met het opduiken van kleurrijke tot groteske nevenfiguren die het gefilosofeer doorbreken. Jammer genoeg leent een upscale kuuroord zich per definitie moeilijk als decor voor het opnemen van een onvervalst meesterwerk en het doet deugd wanneer flashbacks of visioenen ons heel even naar andere oorden voeren; desondanks weet Sorrentino verbluffend veel registers te bespelen in een beperkte omgeving. De veelzijdige cineast die ons zowel het oerernstige Il Divo als het decadent-speelse This Must Be the Place schonk, schrijft zichzelf langzaam maar zeker in de traditie van grote Italiaanse filmmakers in.

Geschreven door MIK TORFS

Youth

07/10/2015
Regisseur: 
Genre: 
Productiejaar: 
2015
Distributeur: 
Paradiso

Media: 

onomatopee