Toy Story 4

De oneven afleveringen van de ‘Toy Story’-franchise waren behoorlijk spectaculair, maar nummer twee bleek een afknapper. Daarom vreesden we het ergste voor TOY STORY 4. Pixar heeft zich echter overtroffen: de studio stofte de vertrouwde 'speelgoedkameraad in gevaar'-formule af en toverde een leuke en creatieve sequel op het scherm. Een zelfreflectief en karaktergedreven avontuur.

Of de bedrijfscultuur van Pixar écht rond plezier draait, vroegen we Andrew Stanton naar aanleiding van Finding Nemo. “Er is geen andere mogelijkheid”, was het antwoord. “Vier jaar aan een film werken is lang, je moet dan ook plezier kunnen beleven aan wat je doet. Wat niet wil zeggen dat we constant lol trappen. Laten we zeggen dat de ‘geest’ erg jong is. In smakeloze grappen zijn we erg sterk. De meesten van ons komen van een kunst- of filmschool en daar heerst een open sfeer. Vrije expressie wordt er aangemoedigd. Daardoor krijg je ongeremde mensen die doen en zeggen wat in hen opkomt. Ons creatief talent is dan ook een tikkeltje prettig gestoord.”

Ook onder de vleugels van Disney slaagt Pixar er nog steeds in die jonge spirit levendig te houden. Bovendien bleef het ondertussen erg ervaren creatief team grotendeels bewaard. Zo is Andrew Stanton (naast Finding Nemo ook WALL*E en Finding Dory) een van de scenaristen van het door debutant Josh Cooley geregisseerde TOY STORY 4. Dat verklaart waarschijnlijk waarom onze vrees voor 'de sequel te veel' ongegrond bleek. Terwijl andere lucratieve franchises zoals Shrek, Ice Age en Kung Fu Panda snel bergaf zijn gegaan, houdt TOY STORY 4 zich behoorlijk staande na het sublieme Toy Story 3. Meer nog, deze animatiefilm voegt zelfs iets toe aan de reeks.

De jaren 2010 openden met het door Lee Unkrich (Stantons kompaan) geregisseerde Toy Story 3, waarin speelgoed dat zich in de steek gelaten voelt de perfecte afsluiter vormde van de trilogie. Aan het einde van het decennium volgde Pixar met een soort nawoord. TOY STORY 4 heeft een hoog metagehalte en gaat over de angst voor afscheid en verlies, de onzekerheid omtrent de toekomst, de schrik voor het avontuur te veel en het gevoel dat overbodigheid dreigt. Soms is existentiële angst zelfs niet ver weg. Tegelijk vormen adolescentie en zeker volwassenheid een gevaar in dit geanimeerde speelgoeduniversum.

Woody, Buzz Lightyear en de bende vergezellen de jonge Bonnie (het meisje dat tien jaar geleden Andy's doos speelgoed kreeg toen die ging studeren) en haar nieuwe, zelfgemaakte speelgoed Forky op een avontuur. Bonnies vorkje wil constant wegvluchten: “I am not a toy, I was made for soups, salads, maybe chili, and then the trash. Freedom!” Hij is de aanzet tot spectaculaire en soms angstaanjagende belevenissen in een pretpark en ontmoetingen met verloren vrienden. Het levert een stevige beproeving op. “I was made to help a child”, zegt Woody. “I don't remember it being this hard.” Maar vooral ook een erg emotionele tocht.

Aanvankelijk lijkt het allemaal wat déjà-vu: de stiekeme slaapkameracrobatieën van Buzz & co, de rit met de camper, het kwijtspelen van speelgoed, ouders die geen idee hebben van wat er gaande is ... Via katalysator Forky, die zijn speelgoedfunctie ontvlucht omdat hij zichzelf als trash ziet, gaat ook het andere (door Bonnie straal genegeerde) speelgoed hun zelfbeeld in vraag stellen. Er ontstaat een soort existentiële crisis: wie ben ik? Wat doe ik? Waar gaan we naar toe? Wat is de zin van het bestaan? Kunnen we (over)leven? Moeten we veranderen? Die malaise wordt versterkt door 'stout', geëmancipeerd speelgoed dat spot met Woody's emotionele afhankelijkheid van zijn kind-meester. “It's called loyalty. Something a lost toy wouldn't understand”, protesteert Woody.

Daarmee wordt TOY STORY 4 een postmoderne animatiefilm, een zelfreflectief werk dat de eigen thema's en principes belicht. Het is Bonnie die in de kleuterschool (waar ze genegeerd wordt) uit frustratie een eigen speelgoedje in elkaar knutselt met plastic lepels, touw en kauwgom. Deze Forky wil echter geen monster van Frankenstein zijn, hij wil liever terugkeren naar zijn oerstaat: afval. “I am not a toy. I am a spork! I don't belong here”, roept hij, een beetje zoals Pinokkio: “Waarom leef ik?”

Horror, drama en tragedie zijn daarom vaak dichterbij dan de vertrouwde zeemzoete komedie. Wat TOY STORY 4 bizar, verwarrend en ambigu maakt. Opwindend en origineel. En soms angstaanjagend, zeker wanneer Gabby Gabby, een pop met hoog Chucky-gehalte, terreur zaait en de grenzen van animatie en live action opzoekt. De zoektocht naar een 'stem' voor dit getraumatiseerde vintage speelgoed is even aangrijpend als verontrustend.

Even opmerkelijk is dat kinderen vaak weinig sympathiek zijn (ze huilen en schreeuwen veel) en Woody eindelijk recht heeft op emoties en een relatie. Dat resulteert in een opnieuw ijzersterke afscheidsscène. Ondanks pijn en verdriet beseffen de toys dat ze afscheid moeten nemen van de kinderen omdat die stap voor stap afscheid moeten nemen van hun jeugd. “There's plenty of kids out there. Sometimes change can be good”, oppert speelgoedherderin Bo Peep. “You can't teach this old toy new tricks”, zucht Woody. Waarop Bo Peep besluit: “You'd be surprised.”

FILM: **** / EXTRA’S: *** (audiocommentaar, documentaires)

Meer besprekingen en achtergrondstukken over films op dvd, VoD en blu-ray vind je in de rubriek 'Huisbios' in ons maandelijkse tijdschrift, te bestellen via info@filmmagie.be. Abonneren kan eenvoudig in de webshop.

Geschreven door IVO DE KOCK

Toy Story 4

Regisseur: 
Muziek: 
Genre: 
Productiejaar: 
2019
Distributeur: 
Disney

Media: