Thema: Kleinhandelaars in angst

Hoewel Amerikaanse horrorfilms nog altijd geworteld zijn in de primordiale angsten van mens en maatschappij, vertonen ze de laatste jaren een onmiskenbare trend: kleinschalige, vaak onafhankelijke producties wagen zich aan een subversievere variant. Minder geld, meer verbeelding? Wat zegt de uitbeelding van tijdloze angsten over moderne cinema en de huidige samenleving?

Dat de horrorfilm de ultieme zombie is die keer op uit een geslagen positie terugkeert naar het witte doek, wisten we al langer. Toch is ook de recentste reïncarnatie van het genre opvallend. We leven in een onzeker cultureel en politiek klimaat. Ongetwijfeld heeft dat een significante invloed op zowel productie als receptie van horror. Sinds de begindagen van de cinema reflecteert het genre over onze fysieke en mentale fragiliteit in verhouding met het wantrouwen tegenover de Ander. Alleen lijkt de huidige golf van onafhankelijke films nog urgenter. De makers van de hieronder besproken films fileren onze oerangsten en paranoia. In het Amerika van Trump lijkt elke dreiging, bloeddruppel en groteske verschrikking in (horror)cinema te resoneren met de werkelijkheid. Regisseurs mogen dan vaak dezelfde puzzelstukken gebruiken, ze leggen toch telkens opnieuw een andere, persoonlijke puzzel. Ze houden de vinger aan de pols, met behulp van klank en beeld.

Nauw aan het hart

Een lager budget betekent voor de meeste filmmakers een grotere vrijheid, ook in horrorcinema. Dat resulteert vaak in persoonlijker werk, al vanuit het scenario. Regisseurs David Robert Mitchell, Robert Eggers, Jeremy Saulnier, M. Night Shyamalan, Anna Biller, Trey Edward Shults, David Lowery, Jordan Peele en Ari Aster schreven helemaal zelf het script voor respectievelijk It Follows, The Witch, Green Room, Split, The Love Witch, It Comes at Night, A Ghost Story, Get Out en Hereditary. Uitzondering is A Quiet Place van John Krasinski, overigens de enige productie in deze lijst met een aanzienlijk groter budget (tot zo’n twintig miljoen dollar). Vele van die verhalen geven een centrale plaats aan rouw. De hoofdpersonages van It Comes At Night, A Ghost Story, A Quiet Place en Hereditary krijgen het verscheurende verlies van een geliefde te verwerken. De impact daarvan manifesteert zich in iets wezenlijks. In A Ghost Story spookt de overledene nog letterlijk rond in het leven van zijn partner. De opgelegde stilte in A Quiet Place weerhoudt de gezinsleden ervan individuele schuldgevoelens tegenover elkaar uit te spreken. Hun onvermogen tot communicatie wordt op die manier origineel veruiterlijkt. Bijna alle bovengenoemde films grijpen terug naar persoonlijke angsten, crisissen, obsessies en ervaringen van de makers ervan. Kort voor hij It Comes at Night schreef, verloor Trey Edward Shults zijn ex-verslaafde en vervreemde vader die op zijn sterfbed aan hem berouw toonde. Wroeging en het onbekende van de dood hebben Shults naar eigen zeggen altijd al de stuipen op het lijf gejaagd. It Follows volgt een droomlogica omdat de film is geboren uit een terugkerende nachtmerrie van David Robert Mitchell waarin een gelijkaardig wezen hem onaflatend achtervolgt. Jeremy Saulnier was al jaren geobsedeerd door het idee een film te maken in een ‘green room’, de wachtruimte voor artiesten. a ghost story kwam voort uit een existentiële crisis van David Lowery en hevige discussies met zijn vrouw.

 Hereditary

Levensechte monsters

In de beste traditie van het horrorgenre verbinden de films de angsten van het individu met de schaduwzijde van de samenleving. Voor zijn regiedebuut Get Out transformeerde de zwarte komiek Jordan Peele zijn eigen ervaringen met racisme tot een horrorsatire in een zogenaamd postracistisch Amerika. Hij onthult een levensecht monster verstopt achter het menselijke masker van de maatschappij: een haast onzichtbare vorm van racisme ingebakken in de westerse cultuur, verraderlijker dan de xenofobe ideologie van de neonazi’s in Green Room. The Witch, It Comes at Night en Hereditary confronteren de kijker dan weer met patriarchale en matriarchale monsterfiguren. De constructie van het kerngezin benauwt kinderen, ouders en grootouders, elk op hun beurt erfgenamen van geweld en pijn. Daarmee lijkt ook de laatste hoeksteen van de samenleving gedestabiliseerd. Angst en wanhoop zaaien twijfel en wantrouwen, en verdelen het gezin van vroeger (The Witch), nu (Hereditary) en in de nabije toekomst (It Comes at Night en A Quiet Place). Of het nu gaat om een primitief volksverhaal of postapocalyptische werelden, ontmenselijking dreigt en overlevingsdrang primeert. Parallellen met het Trumptijdperk liggen voor de hand. Het gevaar is imminent, tastbaar en even onafwendbaar als de bovennatuurlijke verschijning in It Follows. Net zoals bij vele van de ‘grote broers’ blijft horror in kleinere producties dicht bij huis. Die schuilt veelal niet bij de buren, maar in eigen huis en tuin, van de voorstad in It Follows en get out tot het platteland in The Witch en A Quiet Place. In het merendeel van de films vindt angst zijn weg naar buitenwijken en afgelegen woningen, normaal gezien afgeschermd en dus beschermd tegen buitenwereld en vreemdelingen, maar niet tegen de monsters binnenin. Als It Follows, Green Room en Split al kregen af te rekenen met kritiek, dan richtte die zich in de eerste plaats op wat aan de oppervlakte oogt als een conservatief standpunt. Nochtans overstijgen de drie films dat. It Follows is geen aanklacht tegen promiscuiteit, maar speelt in op hoe de Amerikaanse samenleving omgaat met een (psycho)seksueel trauma: het sociaal stigma en taboe rond geslachtsziekten. Green Room onderzoekt hoe ‘vecht-of-vluchtreacties’ werken in extreme omstandigheden, zonder geweld te willen verheerlijken. Het is expliciet maar nooit gratuit. En Split laat zien hoe de maatschappij zich gespleten opstelt tegenover mensen met psychologische problemen, eerder dan hen stereotiep voor te stellen.

 A Quiet Place

Naar een grenzeloos huiveren

Je kunt de hier genoemde makers moeilijk een moraliserende houding en stem verwijten. Integendeel, ze maken de ethische grenzen van hun protagonisten opzettelijk vaag en onttrekken zich aan een eigen uitgesproken moreel oordeel. Filmverhalen zoals It Comes At Night, Green Room en Split presenteren moraliteit als een rekbaar gegeven. De auteurs keuren goed noch af. Die morele ambiguiteit gaat hand in hand met het suggestieve karakter van hun werk, dat zich moeilijk laat vatten in zwart-wittegenstellingen. In troebele tijden nemen ze liever het onzekere voor het zekere. Het resultaat is voor de ene kijker bedachtzaam en contemplatief, voor de andere te berekend en cerebraal. Ieder van deze films kiest voor een beknopt kader met eigen (film)wetten. Hoewel ze onderling flink verschillen, willen de makers zich niet beperken tot het label horror, maar staan ze voor een kruising van genres; al dan niet met een humoristische, surrealistische of sombere toon. Zoals de bedrieglijke verschijning in It Follows kunnen deze horrorfilms verschillende vormen aannemen. Titels zoals It Follows, It Comes At Night en A Ghost Story scheppen bewust valse verwachtingen. split dient als het middenluik van M. Night Shyamalans antwoord op de gedeelde universa van superheldenfranchises, met na Unbreakable (2000) binnenkort nog de sequelfilm Glass. In The Love Witch draait duivel-doet-al Anna Biller verschraalde mannenen vrouwenrollen om in een kleurrijke pastiche. it follows is meer dan een blinde hommage aan slasherfilms uit de jaren 80. Via allegorieen en suggestiviteit verweven ze personages en thema’s met elkaar, zonder intellectualistisch te willen overkomen. In tegenstelling tot wat enkele critici verkondigen, luiden deze films echter geen ander subgenre of nieuwe beweging in als ‘haute’, ‘minimal’, ‘post-’, ‘prestige’ of ‘slow’ horror, arbitraire, pretentieuze en problematische etiketten. Net zoals tijdens de horrorhoogdagen van de jaren 60 en 70 spelen filmmakers in op bekende angsten. Op thematisch en visueel gebied gaan ze te leen bij het (horror)werk van uiteenlopende auteurs zoals John Carpenter, Stanley Kubrick, Roman Polanski en Jacques Tourneur. De jonge cineasten van vandaag grijpen terug naar het verleden, eerder dan zich af te zetten tegen een vorige generatie. Ironisch genoeg zorgen het kritisch en het financieel succes van deze lowbudgetproducties ervoor dat grote studio’s zich mengen in het filmdebat en meer open staan voor op het eerste gezicht minder commercieel ingestelde horror. In een wereld waarin verdeeldheid en haat te vaak regeren verplicht cinema ons om onszelf en onze waarden en angsten in vraag te stellen, opdat de nachtmerries zich geen weg zouden banen naar de nu al beangstigende realiteit.

Beeld boven: Split 
(Dit artikel verscheen eerder in print)

Geschreven door SVEN HOLLEBEKE & TIM MAERSCHAND

Thema: Kleinhandelaars in angst

Media: 

onomatopee