Son of Saul

Dé revelatie van het voorbije Filmfestival van Cannes was zonder twijfel SAUL FIA/SON OF SAUL, het grote, indrukwekkende langspeeldebuut van de 38-jarige Hongaars-joodse filmer László ‘With a Little Patience’ Nemes die veel familieleden in de uitroeiingskampen in WO II verloor, zijn jeugd doorbracht in Parijs en een tijdlang regieassistent van Béla Tarr was, onder meer voor ‘The Man from London’ (2007).

Het beginbeeld van SON OF SAUL is onduidelijk, flou, out of focus, tot er achteloos een man in beeld schuift. In close-up. En haarscherp. De man met de dood in de ogen duikt als het ware op uit het niets. Van dan af zal een dynamische camera – vaak vanop de schouder – hem de hele film lang geen seconde meer uit het oog verliezen, zelfs niet wanneer hij nerveus heen en weer draaft, begeleid door een kakofonie vreselijk enge geluiden: vrijwel niet traceerbare kreten, schoten, geschreeuw, geroep, getier en geroezemoes in een achttal talen. We zijn in 1944 en de plaats des onheils is het uitroeiingskamp Auschwitz-Birkenau. De man, een Hongaarse jood, heet Saul Ausländer (een rol voortreffelijk gestalte gegeven door Géza Röhrig, een dichter die sporadisch ook acteert). Als lid van het Sonderkommando, een ‘speciale’ groep van eveneens gedeporteerde joden, wordt hij verondersteld in de kampen voor de nazi’s allerlei klussen te doen. Door de SS werden zij uitgekozen om de konvooien met pas in de concentratiekampen gearriveerde joodse mensen op te vangen en te begeleiden, van de ruimtes waar ze zich moesten uitkleden tot en met de gaskamers. Het Sonderkommando, dat in het concentratiekamp geïsoleerd van de rest leefde, stond in voor de dagelijkse gang van zaken. Na drie à vier maanden zwaar werk werden ook zij geliquideerd. 

SON OF SAUL is het verhaal van één man, is gelijk aan twee dagen uit het leven van Saul. Pardoes smijt de film ons, argeloze kijkers, in een helse chaos. Het Sonderkommando is ook belast met het doorzoeken en legen van de jaszakken, het weggooien van identiteitspapieren, het inzamelen van ringen, goud en sieraden en het sorteren van de kleren. Daarna het verslepen van de dode lichamen op ze te verbranden, om zo elk spoor uit te wissen. Want dra komen weer andere konvooien aan en herhaalt het werk zich van voor af aan. Het lijkt routinewerk, maar dat is het helemaal niet, natuurlijk. Saul voert uit, zoals een machine, een robot, een zombie, hij is een levende dode, immuun geworden voor hoop en voor angst. Zijn schijnbare onverschilligheid lijkt de enige manier om zich te beschermen, om zich af te schermen en de gruwel te overstijgen. Het dodenkamp is een afschuwelijke plek waar een stem geen woorden kan vinden, woorden geen betekenis hebben en van menselijkheid geen spoor  is. Het onuitsprekelijke … dat als een krop in je keel blijft steken. 

Tijdens het werk in een van de crematoria komt Saul uit bij het lichaam van een jongen die nog leeft, het gas heeft overleefd, in wie hij trekken van zijn zoon meent te herkennen. En hij claimt dat het zijn zoon is. Van dan af neemt het verhaal met een documentaire onderlaag de contouren van een queeste aan. Saul wil de jongen – een dokter maakt de knaap alsnog dood – weghouden van een autopsie, vervolgens redden van de verbrandingsoven en hem een waardige begrafenis gunnen door over hem de kaddisj (het gebed van de doden ) te laten uitspreken. Door een rabbi. Is de jongen echt zijn zoon? Of is hij een metafoor voor onschuld, onwetendheid? Of voor het hele Joodse volk dat met de ogen open de gaskamers binnenstapte? 

De rest van het spannende verhaal van SON OF SAUL vertelt Sauls instinctieve zoeken in het kamp naar een rabbi. Voor hem niet zonder risico. Gelijk wat hij onderneemt kan zijn onmiddellijke dood betekenen. Het geeft de film wel een nieuw elan, een ander visueel ritme. En voor Saul, die maar al te zeer beseft dat ook hij al bijna dood is, wordt dat nu het doel in zijn leven: de jongen een waardige begrafenis geven. Saul wordt een man met een missie, met een zeer duidelijke missie. 

Vijf jaar lang kon het project rijpen. Regisseur Nemes en zijn Franse coscenariste, de schrijfster Clara Royer – beiden thuis in het onderwerp van de jodenvervolging – opteerden voor een claustrofobische camera voor SON OF SAUL, die mee opschuift met de hoofdrolspeler en geen ruimte laat voor wat er zich in de achtergrond zou afspelen. Daardoor wordt er meer gesuggereerd dan er te zien is. De camera als Sauls geweten. Vandaar dat hij zich voortdurend verplaatst in het labyrint dat het dodenkamp is. Wij, kijkers, zien alleen maar wat Saul ziet. SON OF SAUL illustreert, laat op een virtuoze manier het perverse mechanisme van deze uitroeiingsmachine aanvoelen, van deze fabriek waar niets wordt gemaakt, maar wel aan de lopende band duizenden en duizenden mensen worden afgemaakt. En tegelijk ook van de heersende chaos in de herfst van 1944.  

Des voix sous la cendre 

Tijdens de opnames van The Man from London in Bastia vond Nemes tijdens een lange onderbreking in een boekhandel het boek met getuigenissen Des voix sous la cendre (ook bekend onder de titel ‘Rouleaux d’Auschwitz’), uitgegeven door de Mémorial de la Shoah. Teksten geschreven door leden van het Sonderkommando die ze de dagen voor de rebellie van oktober 1944 hadden begraven. Later zijn deze getuigenissen teruggevonden, waarin hun dagelijkse taken werden beschreven, hoe het werk werd georganiseerd, wat de regels binnen het kamp waren, hoe het uitroeien van de joodse mensen in zijn werk ging en ook hoe er een vorm van verzet groeide. 

De hel, de horror van de dodenkampen zijn in de loop van de filmgeschiedenis nog nooit zo pakkend geëvoceerd, zo beklemmend verfilmd en zo brutaal geschetst als in SON OF SAUL. Plaats voor enig sentiment is er amper of al helemaal niet in het kamp, de ene gevangene heeft ook geen greintje medelijden met de andere. Mee door een doordachte visuele aanpak (35mm, met een overdaad aan gifgele, groenachtige kleurtinten en veel schaduw) ruik je bijna de dood of in elk geval de nabijheid van de dood, want alle gruwel heeft Nemes buiten beeld gehouden. Om zich helemaal en uitsluitend op Saul te kunnen focussen. Een man zonder leeftijd. Tegelijk is hij jong en oud, mooi en lelijk, banaal en bijzonder, diepzinnig en onverstoorbaar, ondernemend en apathisch. Je kan het allemaal lezen wanneer de camera zich concentreert op zijn gelaat, op de sprekende, alles verhullende gelaatsuitdrukking van de getekende man. Hij is voortdurend onderweg en bezig, maar zijn hart staat stil, het kloppen ervan onhoorbaar (geworden).

Wat Saul (wat zoveel betekent als ‘Geroepen, gevraagd door God’) doet is een kreet van wanhoop om toch maar in een God te kunnen geloven die op dat moment angstaanjagend afwezig lijkt te zijn. En om zijn eigen zielenheil af te dwingen? SON OF SAUL geeft aan het begrip Shoah een nieuwe, een andere invulling. En is een intens, introspectief drama – nietsontziend, verwoestend, onthutsend – waarin je kan meemaken dat een oorlog het slechtste én het beste in de mens naar boven haalt. En waar er als troost altijd plaats is voor net dat vleugje onverwachte poëzie. Is de klassieker uit de wereldliteratuur Is dit een mens van Primo Levi (over het leven in het concentratiekamp van Auschwitz) niet een meesterwerk dat ook dat precies aanreikt?

Geschreven door FREDDY SARTOR

Son of Saul

28/10/2015
Regisseur: 
Genre: 
Productiejaar: 
2015
Distributeur: 
Cinéart

Media: 

onomatopee