A Pigeon Sat on a Branch Reflecting on Existence

Het leven is veel te rijk om in een mooi gestroomlijnd narratief verhaal te vatten. Ook in het laatste deel van zijn trilogie, A PIGEON SAT ON A BRANCH REFLECTING ON EXISTENCE, kiest Roy Andersson voor de evocatie van een reeks taferelen uit het leven, 39 in totaal, illustraties van droombeelden, bedenkingen, gemoedstoestanden en anekdotes die een alsmaar wisselende sfeer creëren, heel herkenbaar en tegelijk hoogst onvoorspelbaar.

Soms is een scène kort, soms duurt ze minutenlang en gebeurt er zoveel dat je niet weet waar eerst te kijken. In de proloog zien we een lijkbleke man in een ouderwets natuurkundemuseum vol geraamtes en opgezette dieren aandachtig de toonkasten bestuderen, zich buigend over de verklarende etiketten. Zijn vrouw doet niet eens de moeite om interesse te veinzen. Na de begingeneriek zien we hetzelfde koppel aan de eettafel, zij in de keuken op de achtergrond bij het aanrecht. Hij krijgt een fles wijn niet ontkurkt, probeert het op alle mogelijke manieren tot hij erbij neerzijgt. Dood, zonder dat zij ook maar iets in de gaten heeft. Zo simpel kan het leven gedaan zijn.

Er volgen nog twee confrontaties met de dood: een stervende moeder in een ziekenhuiskamer die met het laatste restje leven dat in haar zit haar handtas blijft vastgrijpen om mee te nemen naar de hemel, of de dode aan de zelfbediening van een ferryboot die de caissière voor het dilemma plaatst wat er nu moet gebeuren met zijn betaalde maar onaangeroerde garnaalbroodje en het glas bier. Het zit hem in de details, alleen het biertje vindt nog een gegadigde. Roy Andersson is een begenadigd observator. De wereld is zijn schouwtoneel. Zijn camera blijft altijd op een respectabele afstand. Hij beweegt niet, er is geen plaats voor close-ups. De camera blijft buiten als het belangrijke binnenskamers gebeurt, of omgekeerd. In een buitenopname van het restaurant zijn we van achter het raam getuige dat de flamencodanser binnen het uitmaakt met zijn lerares die in tranen uitbarst. Vanuit de kroeg zien we buiten de optocht van het leger, wat later de terugtocht.

Intussen is dat bij Andersson uitgegroeid tot een stijlkenmerk. Soms gunt hij ons een inkijkje vanachter een open deur of reflecterende uitstalramen of vanaf de straat naar de balkons boven. Alsof hij om zich heen kijkt en zo nu en dan door de cameralens eenmalige momenten kan vatten. Met spaarzame rekwisieten zoals een vampierengebit, een lachzakje of een carnavalsmasker weet hij een heel eigen universum uit te bouwen. Dat zijn met name de drie producten (!) die een stel armoezaaiers aan de man probeert te brengen. Tevergeefs. Het duo stelt zich voor als handelsreizigers die de mensen wat vreugde in hun leven willen brengen, zelf gedragen ze zich veeleer als droefgeestige begrafenisondernemers die elkaar om het minste in de haren zitten. Eigenlijk zijn ze nergens gewenst, ze doen een beetje denken aan de leurder Theofiel Boemerang in de vroege Suske-en-Wiskestrips. De twee verkopers lopen lusteloos als een rode draad door de film in de meest uiteenlopende scènes, zowel in de tijd als in de ruimte.

Een ander bindmiddel is de eindeloze herhaling van dezelfde platitude aan de telefoon in heel uiteenlopende situaties. “Wat fijn om te horen dat het goed met je gaat!’ wordt aan de lopende band uitgeroepen, zowel door de werkster in de flamencoschool als door een koppel in de keuken waar geen eten te vinden is, of door een zaakvoerder met de revolver in de hand. Het zegt niets en je kan er alle kanten mee uit. Triviaal? Misschien wel, maar wel efficiënt om het lege, het alledaagse te illustreren, de mens op zijn kwetsbaarst in zijn onbewaakte hoogst knullige momenten. Pijnlijk maar nooit krenkend; er wordt meer gelachen om de mens dan met de mens. In al zijn kleinheid zijn de figuren ontwapenend. Ook het gebruik van de vale pastelkleur, de onbeweeglijke camera op ooghoogte, de elegante walsmuziek die de schrijnende toestanden opsmukken, het lijkt hoogst evident, maar het is pas achteraf dat je beseft hoe ingenieus en uitgekiend het allemaal in scène is gezet. De goed in het oor liggende deuntjes bijvoorbeeld, de ‘Glory, glory, hallelujah’-hymne die in de film naadloos getransformeerd wordt naar een schijnbaar aloud drinklied in de kroeg van Manke Lotta, door alle stamgasten meegezongen.

Een paar tableaus verder weerklinkt diezelfde melodie met een heel andere Zweedse tekst als een krijgslied voor de soldaten van koning Karel XII. Het lijkt zo vanzelfsprekend dat je de absurditeit van het anachronisme er zonder moeite bijneemt. Dat is waar A PIGEON ... met verve slaagt: ongerijmde elementen uit een individuele droomwereld worden omgetoverd tot herkenbare taferelen die een universele waarheid suggereren, net zoals een schilder in de middeleeuwen. De weergegeven stervelingen zijn allegorieën van iets hogers. Maar ook zonder de filosofische bespiegelingen is het prettig wegdromen bij de onnadrukkelijke maar geladen beeldcomposities van Roy Andersson.

Geschreven door HUGO BERNAERS

A Pigeon Sat on a Branch Reflecting on Existence

13/05/2015
Regisseur: 
Genre: 
Productiejaar: 
2015
Distributeur: 
Lumière

Media: 

onomatopee