Nieuw festival MONA vanaf 10 februari

Met een nieuw festival vanaf 10 februari in Cultuurcentrum Berchem start de werking van MONA, dat in Vlaamse en Brusselse cultuurhuizen zal langsgaan met films uit Noord-Afrika en het Midden-Oosten. Zo willen coördinatoren Stefanie Van de Peer en Malikka Bouaissa de ongenuanceerde beeldvorming over die regio’s bijschaven.

FILMMAGIE: De naam MONA verwijst naar (films uit) het Midden-Oosten en Noord-Afrika. Mogen we ook ‘Arabische film’ zeggen?

STEFANIE VAN DE PEER: ‘Arabisch’ sluit Iran en Turkije uit en de Berbers in Noord-Afrika. Vooral Turkse en Iraanse film hebben veel fans onder festivalgangers. De term ‘Arabisch’ is een beetje een noodzakelijk kwaad, denk ik; we moeten het beestje benoemen … Maar we omarmen de hele regio.

Jullie willen de Vlaamse beeldvorming rond het Midden-Oosten aanvechten.

MALIKKA BOUAISSA: Kunst en cultuur kunnen de vereenvoudigde beeldvorming bijsturen. Al.Arte, de vereniging achter MONA, zet zich daarvoor in. We lezen en zien nu vooral berichten over religieus fanatisme en oorlog vanuit een westers standpunt. Maar waar is de hedendaagse kunst en cultuur om een genuanceerder beeld te bieden?

Met welke vooroordelen hebben films uit het Midden-Oosten te kampen?

S. VAN DE PEER: Dat een festivaldirecteur een film die ik aanraad afkeurt nog voor hij hem gezien heeft, enkel omdat hij uit Palestina komt, bijvoorbeeld. Vaak denken programmatoren dat de films niet artistiek genoeg zijn, of aan ‘lagere’ kwaliteiten voldoen. Een andere manier van vertellen zou dus niet goed genoeg zijn. Voor mij geeft dat blijk van een neokoloniale blik. Alsof alleen westerse verhaallijnen esthetiek waardevol zijn. Een ander vooroordeel is dat het allemaal ‘topical’ films zouden zijn, die belerend overkomen en meer aandacht hebben voor de inhoud dan voor de vorm. Maar het tegendeel is waar!

Jullie streven naar een multicultureel publiek. Komt de dialoog tussen Europa en het Midden-Oosten ook aan bod in de geprogrammeerde films?

S. VAN DE PEER: We hebben enkele kortfilms over vluchtelingen uit Libië en Syrië die aangekomen zijn in Nederland en proberen in te burgeren ondanks de administratieve mallemolen. Die films zijn geproduceerd door Mensjesrechten, die focussen op kinderen en jongeren in moeilijke omstandigheden: Een jaar zonder ouders en Safia’s zomer, beide van Els van Driel. Heel mooie, beklijvende films. Bij de langspeelfilms hebben we Zaineb Hates the Snow van Kaouther Ben Hania en 3000 Nights van Mai Masri, waarin de personages dromen van of emigreren naar Canada, vanuit Tunesië en vanuit Palestina.

Een debat over vrouwen en de Arabische revolutie staat ook op het programma. Hoe is het gesteld met vrouwen in de Arabische filmwereld?

S. VAN DE PEER: Zoals overal is er nog altijd ongelijkheid en onderwaardering, waarbij zelfs de grootste sterren zoals Hiam Abbas en Nadine Labaki moeten vechten voor gelijke kansen, net zoals Reese Witherspoon en Nicole Kidman in Hollywood. Ook vrouwelijke regisseurs stuiten nog steeds overal op tegenstand en vooroordelen. Vrouwen hebben minder kans op subsidies, krijgen minder vertrouwen van producenten en distributeurs enzovoort. En toch zijn er veel vrouwen die, precies door de beperkingen, experimenteren en vernieuwende cinema maken.

Is de rol van vrouwelijke filmmakers veranderd sinds het begin van de Arabische Lente?

S. VAN DE PEER: Dat hangt af van land tot land. In Tunesië is er sinds de Revolutie iets meer vrijheid dan elders, en kunnen vrouwen meer doen achter de camera dan in bijvoorbeeld Algerije. Tunesië heeft zich altijd geprofileerd als het ‘modernste’ land van de Arabische wereld, hoewel dat schijn bleek te zijn na (president) Ben Ali. Férid Boughedir en Nouri Bouzid, of Moufida Tlatli, maakten de bekendste films in de jaren 90, de Tunesische golden age. Allemaal fictiefilms, die vaak heel sensueel waren. En nu scoort Tunesië wereldwijd met documentaires door en over vrouwen en over de Revolutie, zoals Zaineb Hates the Snow

Welk land in de Arabische wereld is koploper wat betreft filmindustrie?

S. VAN DE PEER: Dat verandert snel: in de jaren 50 en 60 was Egypte duidelijk de dominante filmregio. Daarna kwam Libanon op met zijn sterren zoals Mary Queeny, Nour Al Hoda en Sabah, met buikdanseressen die sterren werden, zoals Badia Massabni en producenten en filmmakers zoals Assia Dagher. Maar door de oorlog in Libanon is hen die rol afgenomen en zijn die sterren naar Egypte verhuisd. Toen kwam Tunesië in de jaren 80 en 90, en dan Marokko sinds de jaren 90. Egypte is wel de constante als meest productieve filmindustrie. Ook de Golfregio is aan het openbloeien, voornamelijk door festivals zoals Doha en Abu Dhabi die veel geld pompen in hun universitaire filmopleidingen en in hun grondgebied als locatie voor internationale coproducties. Maar als je naar ons festival kijkt, komen de meeste en de beste films uit Palestina, niet bepaald een land waarvan je zou denken dat er een grote filmindustrie is.

Op jullie website wordt het festival artistiek genoemd. Gaat het vooral om arthousefilms?

S. VAN DE PEER: We benadrukken het artistieke omdat de films die we vertonen van hoogstaande kwaliteit zijn, en inderdaad in vele gevallen arthouse- of festivalfilms zijn. We willen met dat woord onmiddellijk het vooroordeel over issue-based cinema tenietdoen en de nadruk leggen op de hoge kwaliteit van de films.

Waarom hebben jullie als locatie Antwerpen gekozen?

S. VAN DE PEER: Er zijn bijna geen filmfestivals in Antwerpen, behalve het Jeugdfilmfestival. Andere multiculturele festivals zoals MOOOV of het Afrika Film Festival komen niet naar Antwerpen. Maar er is wel een divers publiek dat we willen aanspreken om na te denken over de samenstelling van hun stad.

Hoe verhoudt MONA zich tot MOOOV en Afrika Film Festival (AFF), die ook films uit het Midden-Oosten vertonen?

S. VAN DE PEER: Ik heb met beide festivals overlegd over films en planning. Onze relatie met andere festivals is heel belangrijk. We willen samenwerken, niet concurreren. Ik ben grote fan van MOOOV, wij werken samen omdat zij films distribueren, en we vertonen dankzij hen As I Open My Eyes in de Roma in maart. Ik ga ook samenzitten met de Arabische filmfestivals in Amsterdam en Rotterdam om met hen een partnership uit te werken. 

In het algemeen vind ik dat festivals in Vlaanderen minder zouden moeten concurreren met elkaar, om zo meer goede films naar Vlaanderen te krijgen. De festivals van Gent en Oostende bijvoorbeeld liggen veel te dicht bij elkaar qua inhoud en data. Anima en het Jeugdfilmfestival vinden zelfs tegelijkertijd plaats. Bij MOOOV en AFF is het net zo: ze vinden allebei plaats eind april/begin mei, en liggen ook qua thema’s en locaties dicht bij elkaar. Jammer toch, dat je als potentiële bezoeker van die festivals moet kiezen welk je bezoekt?

Interview – Antwerpen, 16 januari

Beeld: ZAINAB HATES THE SNOW

In het februarinummer leest u meer over de verschuivingen in het Vlaamse festivallandschap.

Geschreven door CHARLOTTE TIMMERMANS

Nieuw festival MONA vanaf 10 februari

Media: 

onomatopee