Neruda

Bijna tegelijkertijd brengt Pablo Larraín twee onorthodoxe biopics in de zalen: JACKIE en NERUDA. Die laatste is zijn zesde langspeelfilm, en op zijn eerste (Fuga, 2005) en JACKIE na, zijn Larraíns films stevig geworteld in de woelige geschiedenis van Chili, met – altijd – een heel eigen twist.

Larraíns ‘Chileense trilogie’ geeft een (satirische) inkijk in het tijdperk van Pinochet, vanaf de coup waarbij Allende het leven liet (Post mortem), over het regime zelf (Tony Manero) tot aan het einde (No). Daarna kwam El club, over priesters die om hun wandaden in groepjes in woonhuizen ondergebracht werden. In geen van die films houdt Larraín zich strikt aan de feiten: hij lijkt het belangrijker te vinden de kijker uit te dagen om de maatschappij (en zichzelf) in vraag te stellen.

NERUDA wilde Larraín al eerder maken. De poëzie van de Chileense Nobelprijswinnaar (in 1971) is niet alleen mooi en meeslepend, maar ook politiek en sociaal relevant. Pablo Neruda (1904-1973) schreef immers niet alleen wondermooie liefdesgedichten, maar ook het enorme werk Canto general, waarvan Larraín hoopt dat het door de film weer in de belangstelling komt. Naast dichter was Neruda ook diplomaat, en door de Spaanse Burgeroorlog werd hij communist. In 1945 werd hij verkozen als senator en trad een paar maanden later officieel toe tot de partij. Toen Videla (van wie Neruda de verkiezingscampagne geleid had) zich tegen de communisten keerde, moest de dichter vluchten. 1948 en 1949 bracht hij door in ballingschap. Die periode behandelt Larraín in zijn film, net als Michael Radford eerder in Il postino.

Larraín is zoals gewoonlijk niet geïnteresseerd in de feiten op zich. Ook wilde hij Neruda niet verheerlijken, die een grote voorliefde had voor vrouwen, drank en eten. Daarom koos hij een interessante invalshoek: de verteller is politieman Óscar Peluchonneau, die echt bestaan heeft (in 1952 was hij hoofd van de recherche in Chili), maar van wie het personage ingevuld wordt door de regisseur. Tegelijkertijd lijkt de man ook een verzinsel te zijn van Neruda, die hem voortdurend een stap voor is en gedichten achterlaat, die de rechercheur dan weer fascineren, ook al verzet hij zich daartegen. Dat spel met de grenzen van waarheid en verzinsel doet sterk denken aan de verhalen van Jorge Luis Borges, die overigens meer waardering had voor Neruda als kunstenaar dan als mens. Met Peluchonneau geeft Larraín de repressie onder Videla een (alweer satirisch) gezicht. Gael García Bernal is uitstekend in de rol van de villeine rechercheur, voor wie we toch een zekere sympathie blijven houden (typisch voor Larraín, die nooit zijn personages wil veroordelen): door zijn voice-over begrijpen we dat zijn afgunst voor de welstellende Neruda voortkomt uit een moeilijke jeugd als buitenechtelijk kind met een bij elkaar gefantaseerde vader.

In elk van zijn films zoekt de cineast naar een stijl die bij zijn verhaal past. Zo heeft hij in El club lenzen gebruikt uit Rusland, van hetzelfde type dat Tarkovski gebruikte, om een wat troebel effect te krijgen. Ook koos hij daar voor veel kaders-binnen-het-kader, om aan te geven hoezeer zijn personages vastzitten in hun verleden. In No probeerde hij met een minder breed kader en licht onscherpe beelden het effect te imiteren van televisie, omdat dat medium centraal stond in de gebeurtenissen van die periode. NERUDA is in breedbeeld gefilmd, met een flair dat past bij de levensstijl van de dichter, kleurrijk, de taferelen doen vaak denken aan schilderijen (het bordeel bijvoorbeeld), de buitenopnamen doen soms wat onwerkelijk aan, de vlucht over de bergen herinnert aan de western. Neruda wordt genuanceerd getoond, maar ook met humor, de figuur van Peluchonneau voegt zwarte humor en spanning toe, en visueel is de film een feest. Veel heerlijker kan een filmervaring niet worden.

Geschreven door EVELIEN VAN VESSEM

Neruda

04/01/2016
Regisseur: 
Muziek: 
Genre: 
Productiejaar: 
2016
Distributeur: 
Imagine

Media: