Le passé devant nous

Alice leeft haar leventje. In haar eentje. Ogenschijnlijk. Hijgend op een loopband in de fitness of hijgend op een bed in een anonieme hotelkamer waar de jonge vrouw als luxe escortgirl mannen hoopt te bevredigen. Permanent onder hoogspanning. Zo lijkt het. Nerveus. Opgejaagd. Te zien aan haar gespannen gelaatsexpressie; schichtig schieten haar ogen alle kanten op, zoals die van een alerte, bange wezel. Met als schaars intermezzo een blitzbezoekje aan haar dementerende, in zichzelf opgesloten vader in een zorgcentrum, die haar al lang niet meer (her)kent. Verder strekt haar wereldje niet.

De camera laat de vrouw geen seconde los, volgt in haar spoor, hangt aan haar lippen, kijkt haar diep in de ogen of concentreert zich op haar onbewogen gelaat. Dat geeft de film een benepen, benauwend, beklemmend gevoel: een vrouw in een impasse. Ter plaatse trappelend. Beroepshalve mag ze dan vaak naakt zijn, zich bloot geven, ho maar. Als verdedigingsmechanisme dreunt ze tussen neus en lippen tegen elke man die haar frequenteert als afscheid hetzelfde deuntje af: “Je bent speciaal, niet zoals de anderen.” Zielloos, zoals dat uit haar mond komt, een ingestudeerd zinnetje dat ze niet meent; veel liever had ze wat anders gezegd, willen roepen misschien wel. Haar leven is gebetonneerd, nergens een kim, een horizon. Het verleden weegt, heeft haar in de greep, volgt haar zoals een schaduw, die zich ook in haar vel en in haar ziel heeft gewoeld … Schijndood lijkt ze wel. En zo jong nog. Tot de broer van haar verongelukte ex opduikt en een vinnig ventje van amper tien jaar bij haar dumpt: Robin. “Mijn neefje”, antwoordt Alice aarzelend telkens wanneer er gevraagd wordt wie dat aardige, sympathieke kereltje wel is. Wij, toeschouwers, weten beter.

Robin schudt niet alleen haar vacuüm leventje van alledag op, maar schudt ook Alice zelf flink door elkaar. Vertwijfeling sluipt in haar gevoelloze, grijsgrauwe bestaan. Schrijnend toch hoe Alice aanvankelijk zelfs niet in staat blijkt om even voor het slapengaan het jongetje een verhaaltje te vertellen, te verzinnen, ook al vraagt hij het o zo lief. Of hoe zij ruw haar hand terugtrekt wanneer Robin ernaar grijpt om samen veilig de straat over te steken. Toch slaagt de jongen erin beetje bij beetje, nu eens keilief (“Of ik slaap? Ik doe alsof”), dan weer balorig, haar om aandacht te vragen en wat liefde af te smeken. En het lijkt te werken. Ook al is het aan Alice, die liever dan zich in wonderland op te houden zich in zonderland verschanst, om uiteindelijk haar ondoorgrondelijke pantser af te leggen, haar harnas weg te gooien, om niet langer door te gaan voor lustobject, gebruiksvoorwerp en wijfjesdier, maar om herboren te worden als vrouw, als moeder. En dan verschijnt die glimlach. Eindelijk. Ontwapenend die momentopname wanneer de jonge vrouw tijdens een treinrit Robin leert kussen … Toch moet het hoe dan ook hard, moeilijk en pijnlijk zijn wanneer Alice later de jongen tot tweemaal toe om vergeving, om verschoning zal vragen. Ineens herinneren we ons de scène waarin het ventje Alice pienter had toegeroepen een gekwetst babyvogeltje (een jonge duif) niet aan te raken, “want dan wordt het door de moeder verstoten”. Zo wijs, zo schoon.

Nathalie Teirlinck vertelt dat allemaal beheerst, behoedzaam, ontvouwt haar fijnzinnige verhaal vervolgens zoals je een liefdesbrief zou openen. En laat alle ruimte aan ontluikende gevoelens, laat ze in al hun nuances schoorvoetend wakker worden. LE PASSÉ DEVANT NOUS, ontroerend mooi.

Geschreven door FREDDY SARTOR

Le passé devant nous

08/02/2017
Regisseur: 
Scenario: 
Muziek: 
Genre: 
Productiejaar: 
2016
Distributeur: 
Savage Film

Media: 

onomatopee