Kristof Bilsen over Mother

Ken Loach vond in 'Sorry We Missed You' geen oplossing voor de zieltogende Britse ouderenzorg. In MOTHER reikt documentairemaker Kristof Bilsen wel een antwoord aan, maar hij botst evenzeer op dilemma’s. De zorg voor westerse Alzheimerpatiënten in Thailand is tegelijk zachtaardig én symptomatisch voor structurele ongelijkheid.

Waar Loach de vinger legt op het falen van een socio-economisch systeem dat efficiëntiewinsten tracht op te drijven ten koste van menselijke interactie, kijkt Kristof Bilsen naar de oplossingen die een geglobaliseerde wereld vandaag aanreikt. Voor wie het kan betalen. Westerlingen kunnen hun dementerende familieleden naar een Thais verzorgingstehuis sturen waar drie verplegers de hele dag lang in de weer zijn met veertien patiënten. Geen tikkende klok die de verzorgers naar een volgende ‘klant’ dwingt, zoals Sorry We Missed You de trieste realiteit in Noord-Engeland (en elders) zo treffend vat, maar wel samen wandelen, praten en puzzelen. We zien de bekommernis in de blik en handelingen van de Thaise vrouw Pomm, maar daar houdt MOTHER het niet bij. Deze verkenning van ‘grenzeloze’ zorgverstrekking snijdt eveneens klassenverschillen aan. Die zijn merkbaar tussen Europa en Thailand, maar ook binnen Pomms land: om haar gezin te onderhouden werkt ze ver weg van haar kinderen, die bijna zonder moeder opgroeien terwijl zij zorgt voor vrouwen, moeders, die door dementie uit het leven van hun gezinsleden in Europa verdwijnen. Pomm levert een zorg die ze zich zelf nooit zal kunnen veroorloven en moet bij haar baas pleiten voor een uurrooster die ze kan combineren met haar tweede job. Toch zien we Pomm haar patiënten troosten, die haar op hun beurt een luisterend oor bieden. Hun tedere nabijheid komt in contrast te staan met de groeiende afstand van de dementerende vrouwen tot hun familieleden. Zo portretteert MOTHER ook een Zwitsers gezin dat besluit de jongdementerende Maya naar Thailand over te brengen. Haar echtgenoot en dochters twijfelen of ze Maya daarmee afschepen of net de best mogelijke zorg (laten) geven. Eerst het afscheid in Thailand en daarna een videogesprek via internet drukken hun neus op de ongemeen harde werkelijkheid van Alzheimer. Tegelijk tactvol en scherpzinnig observeert Bilsen de pijnlijke tegenstrijdigheden. MOTHER is een zachtmoedige film over moederschap, zacht én moedig.

Uit de titel MOTHER spreekt een krachtige eenvoud.

KRISTOF BILSEN Die titel was een van de moeilijkste keuzes. Sales agents hebben me vanuit een commercieel perspectief afgeraden om die titel te nemen, omdat er al een film was die zo heet (Darren Aronofsky’s mother, nvdr). Het traject van de film heeft het echter afgedwongen. Die vertrok als een portret van een plaats, van de plek in Thailand waar alzheimerpatiënten verblijven, maar door de ontmoeting met Pomm kwam de focus veel zuiverder te liggen op zorgdragen, op moederschap. En voelde het dus juist om te volharden en voor MOTHER te kiezen.

Je hebt die focus dus tijdens het creatieproces bijgesteld.

K. BILSEN Als je mijn vorige werk bekijkt, lijk ik wel een voorkeur te hebben voor mensen die vastzitten. Mijn eerste middellange documentaire was Drie vrouwen, over drie voor moord veroordeelde vrouwen in de gevangenis van Gent. In de lange documentaire Elephant’s Dream heb je drie overheidswerkers in Congo, mensen over wie je makkelijk heen kijkt, maar die in de film een prominente plek krijgen in het dekolonisatiedebat. En bij MOTHER zitten mensen vast in een hier en nu, omdat ze hun verleden en omgeving niet meer kennen, terwijl Pomm daartegenover die ouderen uit Europa verzorgt, maar daardoor niet bij haar kinderen kan zijn. Achteraf zie je als filmmaker dat er een zekere logica, een continuïteit, in je werk zit. Maar ik vertrouw heel sterk in het proces, veel meer dan in het blijven volgen van een concept dat je vooraf vastlegt.

Speelt het ook mee dat je films tegelijk een onderwerp aansnijden en karakterstudies van je personages zijn?

K. BILSEN Op dit moment ben ik minder geïnteresseerd in een vormstudie. Ook in documentaire vind ik dat vorm vaak iets te veel de bovenhand haalt, terwijl ik het zo belangrijk vind om dicht bij de mensen te kunnen komen. De direct cinema, die is zo bijzonder. Ik ben graag in het hier en nu met mijn personages, ook al is het maar voor enkele minuten, en ik vind het belangrijk dat je dat voelt in een documentaire film. Dat sluit niet uit dat ook daar plaats is voor verbeelding en poëzie, zolang die vertrekt vanuit de personages in de film.

Vind je dat het observerende karakter van direct cinema schade heeft geleden door de alomtegenwoordigheid van reality?

K. BILSEN Ja, dat klopt wel. Vanuit mijn opleiding (National Film and Television School in Beaconsfield, Engeland, nvdr) had ik al meegekregen hoe belangrijk het is dat de mensen die je filmt integraal deel zijn van het maakproces. Dat zit in Elephant’s Dream door een stem te geven aan mensen die je anders nooit hoort. Bij MOTHER gaf ik Pomm een camera, waardoor ze een stuk van de regie overneemt. Juist daardoor wordt het een samenwerking. Ik vertel het verhaal samen met mijn personages.

In MOTHER zijn de beelden die Pomm zelf filmde onder meer een introductie in haar leefwereld. Toch heb je de laatste jaren het gevoel dat personages een camera in de hand duwen ook een trucje dreigt te worden om participatief over te komen, meer dan om ze echt deel te laten uitmaken van het filmproces.

K. BILSEN Van perspectief veranderen en op een andere manier kijken naar een land als Thailand, dat ligt me na aan het hart. Als je westerlingen naar Thailand brengt om daar te worden verzorgd, kan je daar vanuit een westers schuldgevoel naar kijken. Ik vind het echter belangrijker om het Thaise perspectief aan te nemen. Daarbij rekende ik er bij aanvang al op om een Thaise vrouw als personage te nemen, maar het is wel bijzonder dat het net Pomm is geworden. Het klikte tussen ons. Ze vertelt zelf al over haar situatie vanuit een helikoptervisie. Ze is er zich heel bewust van dat ze behoort tot een bepaald ecosysteem. In de beelden die ze filmde, zaten echt kracht en urgentie.

Misschien onverwacht voor een film rond Alzheimer en zorg geeft MOTHER aandacht aan klassenverschillen, ook in Thailand zelf.

K. BILSEN Dat westerlingen naar Thailand kunnen gaan, maar omgekeerd niet, zorgt voor een helder spanningsveld. Je kan dat eindeloos nuanceren en rationaliseren, maar de realiteit is wat ze is: je zit met een problematisch verschil. Pomm kan dat heel mooi verwoorden. Dat heeft, denk ik, ermee te maken dat ze behoort tot de Karèn, een etnische minderheid in Thailand tegen de grens met Birma. Ze is zich heel bewust van representatie. Ik heb het liefst personages die sterk genoeg zijn en zichzelf representeren. Dat hoef ik niet voor hen te doen. Het is hun verantwoordelijkheid om voor zichzelf te spreken. Mijn verantwoordelijkheid is er in de casting op te letten dat ze hun deel wel kunnen dragen tijdens én na het maken van de film.

Het contrast tussen Oost en West zit in de landschappen en omgevingen die je filmt. Al zien we ook een mistig landschap in Thailand dat zich wel lijkt te bevinden in de Zwitserse bergen.

K. BILSEN Landschappen vind ik heel inspirerend materiaal om mee te werken. Het intrigeert me hoe mensen zich verhouden tot een fysieke ruimte, wellicht ook omdat ik vroeger veel voor theater heb gewerkt. Het moment waarop Pomm door de mist rijdt, hebben we niet gefilmd met het oog op een overeenkomst met een Zwitsers landschap, maar zulk materiaal vindt later zijn plek in de montage en krijgt een heel andere invulling nu. Elders in de film staat het tropische in contrast met het ijskoude, bijvoorbeeld van de winterwandeling van Maya met een van haar dochters. Dat is een heel intiem, poëtisch moment.

Later, tijdens het kerstfeest in Thailand, zoeken Maya’s familieleden ook intimiteit, maar je voelt al een breuk met haar. Wat je nog aantoont door in die scène archiefmateriaal in te lassen.

K. BILSEN Je zou dat kerstfeest gewoon op zich kunnen tonen en het houden op de discrepantie tussen het joviale Thaise, met kerstmutsen en de cowboymuzikanten, en de schijnbaar mentale afwezigheid van de patiënten. Maar net die scène werkt op zoveel niveaus. Omdat die de symboliek van een kerstfeest heeft, kan je ook meteen overschakelen naar het intieme, naar archiefopnames van in een huiskamer. Dat lijkt in te druisen tegen het idee dat je als documentairemaker een purist hoort te zijn, maar het is gewoon storytelling. Als je een bepaalde authenticiteit hebt in je observaties en in de band met je personages, dan dwingt het materiaal dat je filmt je bijna tot een crescendo. Vergis je niet, ook in de traditie van observational cinema zit storytelling ingebakken. Kijk maar naar Sisters in Law van Kim Longinotto, een van de groten van de observerende documentaire, die direct cinema-scènes sterk dramaturgisch opbouwt. Frederick Wiseman blijft misschien nog het meest trouw aan het observeren, met een minimum aan storytelling. Maar ook hij doet aan casting en bouwt zijn sterke observaties op.

Ook Wang Bing filmt observerend in de intimiteit van zijn personages, zoals in Mrs. Fang, waarin hij de laatste levensdagen filmt van een vrouw met Alzheimer. Dat is tegelijk intiem en wrang.

K. BILSEN Er zijn veel films rond aftakeling en sterfelijkheid, en die zijn nu eenmaal wrang. Ik heb het zelf meegemaakt toen ik mijn moeder verloor, terwijl ik deze film aan het maken was. We moeten de hardheid daarvan ook durven te zien. We kennen de beeldtaal van terroristen en hun gruwel, of de sterfelijkheid in oorlogssituaties, maar een lichaam dat ‘gewoon’ sterft zien we te weinig. We hebben het bijna verleerd daarmee om te gaan. Mijn moeder zien sterven is een van de meest merkwaardige dingen die ik heb meegemaakt. In een fractie van een seconde zie je het leven uit een lichaam verdwijnen. En in MOTHER zie je bij een van de patiënten een klein lachje wanneer Pomm een liedje zingt. Er is een interactie en een zekere aanwezigheid, al communiceert zij niet meer in volzinnen.

Zo leg je een brug tussen jouw ervaring hier, de situatie in het Westen en in Thailand.

K. BILSEN Ook Elephant’s Dream was eigenlijk al dicht bij ons hier in België. Dekolonisatie is vandaag een bekend begrip, maar in 2014 moest ik veel moeite doen om mensen ervan te overtuigen dat het verhaal van de overheidswerkers in Elephant’s Dream ertoe doet. Het gaat over postkoloniaal, institutioneel geweld dat nog altijd effect heeft op de huidige generatie jonge Congolezen en over de vraag wat we daar met z’n allen aan kunnen doen. Ook hier in België. MOTHER reist eveneens ver, maar gaat over ons. Geografisch gaat mijn werk ver weg, maar mentaal is het heel dichtbij.

Antwerpen, 10 oktober 2019

Informatie over vertoningen vind je op de website van de film.

Geschreven door BJORN GABRIELS

Kristof Bilsen over Mother

Regisseur: 
Muziek: 
Genre: 
Productiejaar: 
2019
Distributeur: 
Limerick Films

Media: 

onomatopee