The Invisible Man

Met Leigh Whannells THE INVISIBLE MAN heeft Universal een manier gevonden om zijn legendarische monsters te rehabiliteren. Al had de studio daar het kwieke brein van horrorproducent Jason Blum voor nodig. De samenwerking resulteert in een tegelijk ouder- én nieuwerwetse psychothriller die ontegensprekelijk een product is van de MeToo-era.

Even terug naar het jaar 2017. Universal is niet blind voor het succes van Marvels filmuniversum en beslist om zelf een multiversum te creëren rond zijn iconische monsters van de jaren 30 en 40. Frankenstein, Dracula en co zouden een glorieuze terugkeer naar het witte doek krijgen. Een pompeuze intrede van een logo en aankondigingen van filmtitels en acteurs volgden. Het Dark Universe was geboren. Maar nog voor het ambitieuze project goed en wel van de grond was, ging de reboot van The Mummy plat op de buik. Neergesabeld door critici en publiek. Universal liet het doek even snel als het was opgetrokken weer vallen over het verhoopte gedeelde universum. Een jaar geleden nam de studio de wijze beslissing om verder te gaan met op zich staande films over de monsters. Met de hulp van Jason Blum en zijn productiehuis Blumhouse (bekend van horrorfilms Get Out, Paranormal Activity en Insidious) zet het in op de singuliere visies van genreregisseurs.

Aan de Australische regisseur-scenarist Leigh Whannell de eer om The Invisible Man te voorzien van een eigentijdse update. Makkelijk is anders, gezien de status die het op de scifi-roman van H.G. Wells gebaseerde origineel van James Whale uit 1933 geniet. Whale, die überklassiekers als Frankenstein en The Bride of Frankenstein regisseerde, bleef dicht bij de noodlotsroman waarin een mad scientist zich onzichtbaar weet te maken en vervolgens op moordtocht gaat. Leigh Whannell brak door met het scenario voor de horrorsensatie Saw, ingeblikt door zijn boezemvriend James Wan. Hij bewees dus al over een intrigerende pen te beschikken. De Australiër wilde vooral het personage van Wells uit zijn historische context halen, het perspectief omkeren en kijken naar hoe psychologische terreur slachtoffers maakt (en blijft achtervolgen). Wat hij uiteindelijk op het scherm brengt, is een kind van zijn tijd. Een post-Harvey Weinstein-film over mannelijke manipulatie, partnergeweld en de vrouwelijke traumaervaring.

In deze paradigmaverschuiving ten aanzien van de roman en de vele adaptaties (de laatste met enige faam was Paul Verhoevens Hollow Man) toont Whannell de gevolgen van een mannelijke misbruiker op de psyche van een vrouwelijk slachtoffer. Psychologische terreur boven gotiek en zichtbare horror. Met een beklijvend shot van woeste golven die inbeuken op een rots trekken Whannell en zijn crew meteen meerdere registers open. Een pulserende score, een voelbaar dreigende cameravoering – duidelijk hitchcockiaans – en het gebruik van lege ruimte als metafoor voor angst zetten de toon. Bovenop een klif probeert Cecilia (Elisabeth Moss) te ontsnappen uit de hoogtechnologische woning van haar man Adrian, een pionier in de wereld van de optica én een gewelddadige partner. De proloog is een miniversie van Joseph Rubens Sleeping with the Enemy, waarin Julia Roberts komaf wil maken met haar obsessieve echtgenoot. Cecilia zoekt haar toevlucht in het huis van haar jeugdvriend en zijn dochter. Haar zus probeert haar gerust te stellen: Adrian zou zelfmoord hebben gepleegd en zal haar niet langer terroriseren. Cecilia weigert echter te geloven dat haar man er niet meer is. Hij is er immers in geslaagd om zichzelf via technologie onzichtbaar te maken. Wat volgt is een ‘ik-geloof-je-niet’-thriller waarbij de kijker en Cecilia op zichzelf zijn aangewezen. Een allegorie voor slachtoffers van partnergeweld en misbruik die zich niet gehoord of geloofd voelen.

De cerebrale horrorthriller hergebruikt een hoop genreconventies, de een al meer verzadigd dan de ander. Het is dan ook vooral Whannells script – in een niet-gecrediteerde collaboratie met Elisabeth Moss – dat een urgentie geeft aan THE INVISIBLE MAN. Met zijn gevoeligheid tegenover de problematiek van deze tijd schaart de film zich bij een resem producties die de echte monsters in het (film)patriarchaat niet langer onzichtbaar willen laten. Hoewel dit soort metaforen te weinig voorkomt in druk bekeken genrefilms, voelen de verwijzingen naar psychologische terreur in THE INVISIBLE MAN niet aan als een geforceerde poging om woke te zijn. Whannells derde langspeler is meer dan de urgentie. Met een rauw, psychologisch realisme dat de kijker meesleurt in de tragiek van gaslighting (term voor geestelijke mishandeling) slaagt dit monsterverhaal erin om te begeesteren.

Vaak is het interessant plaatsen van de acteurs (blocking) in een setting iets wat een scène maakt of kraakt. Het blocken van de leegte (van de onzichtbare man) is hier welbedacht en levert fascinerende momenten op. Keer op keer voel je de aanwezigheid, ook al is er niemand op het scherm. Scherpzinnig brengt cameraman Stefan Duscio de veelal strakke decors in beeld. Whannell en Duscio houden het simpel. Terwijl Moss opnieuw een complex slachtoffer van het patriarchaat speelt.

Elisabeth Moss casten is een vorm van visuele intertekstualiteit. Ze is alom bekend voor haar onbevreesde rollen in werken over mannelijke dominantie en vrouwelijke veerkracht (The Handmaid’s Tale, Mad Men of Her Smell – een film die de rol van de vrouw die mooi en kuis moet zijn danig op de helling zet). Bijna grotesk verwonde vrouwen – eerder emotioneel dan fysiek – duiken opvallend vaker op in films de laatste jaren. Er waren bijvoorbeeld Toni Collette in Hereditary en Florence Pugh in Midsommar. Moss veruiterlijkt in THE INVISIBLE MAN de pijn en verwarring die slachtoffers van misbruik ervaren. Ze blijft verweesd achter, in de steek gelaten door haar vrienden, familie én haar eigen perceptie. Zo vertegenwoordigt ze iedereen die meegesleurd wordt in partnergeweld of een gewelddadig huishouden. Zelfs wanneer het geweld stopt, is het litteken soms zwaarder dan omstaanders vermoeden. Net dat maakt van Moss’ Cecilia een urgent personage in een bijna sociale horrorfilm.

Meer dan in zijn bloederige wraakthriller Upgrade beantwoordt Leigh Whannell aan de hitchcockiaanse suspens. Cecilia wordt heen en weer geslingerd tussen ratio en desoriënterende wanhoop. Het is dan ook jammer dat de derde akte iets wegheeft van opdrachtwerk waarbij enkele clichés afgevinkt moesten worden. Hoe betekenisvol de eerste 90 minuten, zo gemakkelijk maakt het laatste halfuur er zich vanaf. Daardoor rijst de vraag of het personage van Cecilia enkel en alleen bestaat als lijdend voorwerp van terreur.

Genrecineast Whannell bewijst met THE INVISIBLE MAN dat hij met een bescheiden budget van om en bij de zeven miljoen dollar een prangende paranoia kan opwekken zonder te steunen op grootse schrikeffecten. De regisseur verdient hoe dan ook lof voor hoe hij de premisse van H.G. Wells niet gebruikt voor sardonisch plezier, maar voor een verontrustende (zij het onevenwichtige) commentaarfilm.

Vertoningen: cinenews.be. Meer reviews vind je maandelijks in print, te bestellen via info@filmmagie.be, te koop bij een van de verkooppunten of maandelijks in je bus met een abonnement.

Geschreven door SVEN HOLLEBEKE

The Invisible Man

04/03/2020
Regisseur: 
Scenario: 
Productiejaar: 
2020
Distributeur: 
Sony Pictures

Media: