Interview met Paul Englebert, secretaris-generaal van de Belgian Screen Composers Guild

In 2016 werd de eerste beroepsvereniging van Belgische filmcomponisten opgericht, op initiatief van onder anderen secretaris-generaal Paul Englebert. Die laatste is geen onbekende in de Belgische filmwereld, want begin jaren 2000 was hij een van de pioniers van de digitale revolutie. Een mooie gelegenheid voor een gesprek met deze 57-jarige oud-student van het INSAS.

Paul Englebert coördineert ook de filmsectie van SONUMA (een organisatie die zich bezighoudt met het digitaliseren en bewaren van audiovisuele archieven in Franstalig België), geeft les aan het IAD (Franstalige kunsthogeschool) en staat aan het hoofd van General Score (een bedrijf dat zich toelegt op het componeren en produceren van filmmuziek).

Cinergie: In september 2016 werd in ons land een beroepsvereniging van Belgische filmcomponisten opgericht. Waarom nu pas?

PAUL ENGLEBERT: Via SONUMA mag ik dan vooral in de beeldsector actief zijn, maar mijn contacten zijn grotendeels afkomstig uit de wereld van klank en muziek (Englebert was drummer bij Klang, begin jaren 1980 een trendsettende Belgische newwaveband, nvdr). Binnen dat veranderende landschap waren er veel die zin hadden om een coöperatie van filmmusici op te richten. Dat loonde de moeite, want de sector miste elke structuur: componisten werken alleen op hun zolderkamer, ze kennen elkaar niet en spreken niet met elkaar! Gezien de culturele grens die door ons land loopt, wilden we eerst een Franstalige organisatie opzetten. Maar SABAM spoorde ons aan om er meteen iets nationaals van te maken en er ook componisten van muziek voor documentaires en videospellen bij te betrekken. Dat zagen we wel zitten en toen richtten we de Belgian Screen Composers Guild op, met als voorzitter Frédéric Vercheval (Mélody, Chez nous), als ondervoorzitter Michelino Bisceglia (Marina, Le Fidèle) en als erevoorzitter Dirk Brossé (Daens, La vie aquatique), die ook de grootste Belgische dirigent is. En ik ben dus secretaris-generaal.

Er was blijkbaar een grote behoefte? Want in minder dan een jaar tijd tellen jullie al zestig leden.

P. ENGLEBERT: Klopt! Bijna alle Belgische componisten zijn toegetreden, wat bevorderlijk is voor netwerken en communicatie. Met Hughes Maréchal (Quand je serai dictateur, Le marquis de Wavrin) organiseren we workshops en vergaderingen aangaande de relatie tussen componisten, producenten en regisseurs, de kwestie van de auteursrechten en de verhouding tussen componisten en monteurs. Die laatsten hebben trouwens net hun eigen landelijke organisatie opgericht, Montage.be. We plannen ook nog activiteiten met de ASA (Franstalige scenaristenvereniging) en de ARRF (Franstalige regisseursvereniging), want audiovisuele auteurs denken al tijdens het schrijven van hun film aan bepaalde muziek. Door het succes van die vergaderingen konden we al vaststellen hoe groot de lacune tot nog toe wel was …

Waar willen jullie aan werken, nu en in de toekomst?

P. ENGLEBERT: Er is natuurlijk nog veel werk aan de winkel: we ijveren voor de eerlijke bezoldiging van componisten en het produceren en opnemen van filmmuziek in ons land. Daarnaast is er nog de soms complexe kwestie van de rechten voor bestaande of nieuwe songs. We zetten ons ook in voor de bescherming van de oorspronkelijke componist, en met recht en rede. Want voor steeds meer films, zelfs buitenlandse, wordt de muziek in België opgenomen, wat werk oplevert voor studio’s en musici. Het is dus belangrijk dat te erkennen. Dit jaar hebben we ook een ledencatalogus uitgedeeld op de festivals van Cannes, Gent en Namen, met een mooie respons.

Sinds een drietal jaar verdient u ook uw brood bij het bedrijf SONUMA, waar archieven worden gedigitaliseerd?

P. ENGLEBERT: Inderdaad. In België beschikken we over apparatuur die van de meest geavanceerde in Europa is. Ze is zo doeltreffend, hoogstaand en snel dat we per dag vijf tot zeven uur aan audiovisuele documenten kunnen archiveren en synchroniseren, en dat met nauwelijks zes personen! Het is boeiend om je technische vaardigheiden in te zetten voor het vereeuwigen van ons erfgoed. Zo ga je beseffen wat voor een rijke televisiegeschiedenis we wel hebben. We zien soms dingen die in een halve eeuw al door geen mens meer zijn gezien! Zo keer ik terug naar mijn eigen verleden, want begin jaren 1980 was ik monteur bij de RTBF, bijvoorbeeld voor het legendarische filmprogramma Le carroussel aux images van Selim Sasson en Paul Krellstein. Daar doe ik mijn voordeel mee, want als jongeman was ik me niet bewust van het belang van dat programma (dat opnieuw wordt uitgezonden op RTBF-La Trois, nvdr).

En dat nog jonge archiveringsbedrijf (opgericht in 2009) vernieuwt zich. Onlangs werd een nieuwe webstek gelanceerd?

P. ENGLEBERT: Ja, want SONUMA heeft meer en meer impact. Almaar meer mensen vertellen ons hoe leuk ze het wel vinden dat ze die archieven opnieuw kunnen ontdekken. Alleen al voor de RTBF hebben we net drieduizend van hun achtduizend opgeslagen uren gedigitaliseerd. Er blijft nog werk over en we mogen niet treuzelen, want anders dreigt onherroepelijk beschadiging. Los van de openbare omroep blijft er nog heel wat moois onontgonnen, bijvoorbeeld afstudeerfilms, films van instellingen als de Franse Gemeenschap, vooroorlogse films uit Congo enzovoort.

In de filmwereld is het digitale nu gemeengoed geworden. U was er een van de voortrekkers van in ons land?

P. ENGLEBERT: Door als monteur te werken heb ik kunnen samenwerken met onder anderen Léo Ferré, Jaco Van Dormael, Benoît Lamy en Etienne Chatiliez. Ik heb de eerste videorecorders gekend, en vooral de allereerste opnamen in ons land in hoge resolutie, dat was in 1990. High definition brak door in de vroege jaren 2000, toen hier bij ons meer en meer films werden gedraaid. Onder impuls van Wallimage en samen met cameraman Louis-Philippe Capelle kreeg ik in 2004 het idee voor HoverlorD, een bedrijf voor digitale beeldopname en postproductie. Toen al wisten we dat de toekomst digitaal was, al werd nog negentig procent van de productie op film gedraaid. Maar de algemene bewustwording kwam er pas in 2009 met de release van Avatar. Tegenwoordig wordt nog ongeveer vijf procent op analoge film gedraaid. Het heeft tijd gekost om te doen begrijpen dat die revolutie voor iedereen een goede zaak was. Maar zoals Marguerite Yourcenar ooit zei: ‘Soms is het verkeerd om te vroeg gelijk te hebben!’

Webstek van de Belgian Screen Composers Guild: screencomposers.be

Deze publicatie kadert in de samenwerking tussen Filmmagie en het Brusselse, Franstalige Cinérgie. Maandelijks wisselen deze twee filmkritische media een interview uit om te vertalen voor eigen publicatie. Andere interviews die kaderen binnen dit opzet zijn die met productiehuis Dérives, Claude François, productiehuis Cobra Films en atelier Camera Etc, dat zich specialiseert in kinderanimatieproducties.

Geschreven door DAVID HAINAUT

Interview met Paul Englebert, secretaris-generaal van de Belgian Screen Composers Guild

Media: