The Day Will Come

De kleine Elmer wil astronaut worden. Het is 1967 en de hele wereld wacht in spanning op de eerste mens op de maan. Maar dan wordt Elmers moeder ziek; haar broer kan niet voor hem en zijn oudere broer Erik zorgen (hij studeert, heeft geen geld en geen huis) en de rechter plaatst de jongens in een weeshuis, een plek met een regime dat aan het 19de-eeuwse Jane Eyre doet denken, meer nog aan Dickens’ Oliver Twist, een allusie die de regisseur zelf ook maakt.

De fictieve naam Gjuldberg voor het Deense internaat staat voor een aantal vergelijkbare instellingen die werkelijk hebben bestaan. De gebeurtenissen daar herinneren aan die in de jeugdgevangenis Bastøy in de Noorse film King of Devil’s Island, die zich veel vroeger afspeelt dan THE DAY WILL COME, maar waar de toestand van de jongens zo uitzichtloos is dat ze (ook werkelijk gebeurd) opstaan tegen de mannen die hen mishandelen en misbruiken, een opstand die bloedig neergeslagen wordt. De ironie wil dat op het eiland Bastøy nu een modelgevangenis staat, waar de geïnterneerden zelf de sleutel van hun cel bij zich dragen en de bewakers ongewapend zijn, zoals we konden zien in o.m. Michael Moores Where to Invade Next? Maar ook al wordt het in THE DAY WILL COME niet zo bloederig, toch lijkt er voor de jongens geen einde te komen aan hun tijd daar. Meteen bij aankomst krijgen ze andere kleren en een nummer; de andere jongens daar, in de eetzaal, bewegen en spreken tegelijkertijd. De directeur vraagt schijnbaar vriendelijk aan Elmer wat hij wil worden. “Astronaut”, zegt het jongetje onbevangen, wat hem op een harde klap in zijn gezicht te staan komt. Voor onbevangenheid, dromen en onschuld is er in Gjuldberg geen plaats.

Regisseur Jesper W. Nielsen weet telkens de spanning op te bouwen tot die bijna ondraaglijk wordt, om dan zo’n draai aan de gebeurtenissen te geven dat je weer kunt ademen en je net als de jongens weer wat hoop krijgt. De solidariteit tussen een aantal van de jongens is mooi. Erik, die oud genoeg is om te begrijpen wat er allemaal fout loopt, doet zijn uiterste best om zijn kleine broertje zo veel mogelijk af te schermen. En ook al lijkt het op Gjuldberg niet zo, de frisse wind die in mei ’68 voluit door allerlei stoffige instituten zal waaien, steekt al voorzichtig de kop op: er komt een vrouwelijke leerkracht op het internaat, die meteen de directeur heel vriendelijk te kennen geeft dat zij geen geweld zal gebruiken om de jongens te laten gehoorzamen. Net als Erik zal ze proberen Elmer voor de ergste miserie te behoeden. En in de geest van de nieuwe tijd komt er een inspecteur die bereid is naar de jongens te luisteren – op voorwaarde dat ze durven te spreken natuurlijk ...

Ook de verwijzingen naar de maanlanding wijzen op een veranderende tijd. Waar Erik zich staande probeert te houden door de gedachte dat hij weg wil, en door zijn gevoel van verantwoordelijkheid voor zijn broertje, vlucht Elmer in zijn fantasie wanneer de toestand ondraaglijk wordt. Hij wacht net als de rest van de wereld op de eerste maanlanding; zijn morele code is streng, hij is solidair met de anderen, want zo horen astronauten zich te gedragen. Laat je dromen niet los, lijkt de film te zeggen ... Het licht overdag is helder, maar kil. De close-ups zijn functioneel en duren nooit te lang. Nielsen had al met DOP Erik Zappon samengewerkt, zoals voor een aantal afleveringen van Borgen. Samen weten ze uitstekend de sfeer die schommelt tussen hoop en uitzichtloosheid in beelden te vatten. De muziek van Sune Martin helpt daarbij. De tonen zijn vaak dreigend, onheilspellend, maar nooit wordt de soundtrack bombastisch of sentimenteel. THE DAY WILL COME mag dan misschien thematisch en stilistisch niet zoveel nieuws brengen, dit is een film die je vastgrijpt en je niet meer loslaat, tot je aan het einde ademloos achterblijft.

De vertoningen van THE DAY WILL COME vind je terug op cinenews.be.

Geschreven door EVELIEN VAN VESSEM

The Day Will Come

17/05/2017
Regisseur: 
Scenario: 
Muziek: 
Genre: 
Productiejaar: 
2017
Distributeur: 
Cherry Pickers

Media: 

onomatopee