Adieu Terry Jones (1942-2020)

Een maffe gag in de tv-satire ‘Monty Python’s Flying Circus’ of de daaruit voortvloeiende films ‘The Holy Grail’, ‘Life of Brian’ en 'The Meaning of Life'? Wees maar zeker dat expert Terry Jones de sketch bedacht.

Met zijn chaotische, dadaïstische humor was Jones de inspirator van het komische Python-sextet, dat zowel op de buis (1969-1974) als in de bioscoop de Britse kruideniersmentaliteit hekelde. Niets was te gek in de seventies. Met hun irrationele kolder maakten de zes Pythons – naast Jones ook Michael Palin, John Cleese, Terry Gilliam, Eric Idle en de in 1989 overleden Graham Chapman – schoon schip met de belegen bolhoedhumor van voordien.

Rebelse slapstick
Als regisseur was Jones verantwoordelijk voor de stilistische onvoorspelbaarheid van de Pythonfilms. Zelf was hij een groot bewonderaar van Chaucers 14de-eeuwse Canterbury Tales, waarvan hij de ordeloze structuur van kriskrasvertellingen rond één thema overnam. In al zijn artistieke veelzijdigheid koos Jones voor een anarchistische holderdebolder van scenarioschrijven, regisseren, zingen, improviseren en acteren. Samen met de andere leden van de bende vertolkte hij ook alle personages. schelle stem nam hij graag vrouwelijke figuren voor zijn rekening, of zoals in Life of Brian (1979) ook vrouwen die zich op hun beurt als man verkleedden. Lol in het kwadraat!

Life of Brian

Door hun absurde mix van slapstick, studentikoze grollen, speelse anachronismen, te vroege aftiteling, ludieke tekenfilmpjes (van Terry Gilliam) en parodie op historische filmklassiekers waren de Pythonfilms een doelbewuste aantijging tegen de grondregels van vorm en inhoud uit de klassieke filmhandleiding. een sneer naar de burgercultuur, een musicalsong tussendoor of een onverwachte bekentenis van een personage voor de camera bewees Jones dat hij hield van een vleugje rebels Swinging London en een spetter maatschappelijke woede van de Angry Young Men. De Britse popscene reageerde euforisch. Pink Floyd, Led Zeppelin, Elton John en The Beatles (bij monde van George Harrison) financierden mee de Pythonfilms. In regie van Eric Idle schopten The Holy Grail (1975) en Life of Brian het tot Broadway in hun tweede carrière als musical.

Historische sketches
Toen Jones ooit de vraag kreeg hoe hij graag herinnerd wilde worden, zei hij zonder verpinken: niet als Python, maar als historicus. Jones studeerde Engels aan de universiteit van Oxford en droeg zijn levendige belangstelling voor de middeleeuwen zijn hele leven mee. In zijn visie waren de middeleeuwen lang niet zo duister en statisch als de schoolboeken beweerden. Ze waren een complex en divers tijdperk, voortdurend in beweging. Dat levendige beeld bracht hij tot uitdrukking in zijn ‘historische’ satires Monty Python and the Holy Grail en Monty Python’s Life of Brian.

"Gorgeous nonsense", omschreef medespeler John Cleese de Pythonfilms, maar voor Jones betekenden ze meer. Ze waren een uitdrukking van zijn corrigerende kijk op de geschiedenis van de oudheid en de middeleeuwen. In hun scripts verwerkte hij vele aspecten van het alledaagse leven uit beide tijdperken, van eetgewoonten, markthandel tot hygiëne en latrinegebruiken toe. De Arthurlegende of het Jesus-look-alike-verhaal beschouwde hij maar als ‘spam’ – een woord dat in de betekenis van ongewenste informatie door de Pythons werd gelanceerd in een televisiesketch. Er waren immers nauwelijks historische feiten over bekend. Zoals het een rasecht komiek past, maakte hij de verhouding tussen fictieve sage en echte geschiedenis duidelijk in een schitterende grap. Terwijl Arthur en zijn ridders met bewondering naar het kasteel Camelot staren, richt Arthurs zogezegde paard (Terry Gilliam) zich tot de camera en zegt droogjes: "It’s only a model." Uit het tekort aan echte paarden en kastelen door het lage budget van The Holy Grail puurde Jones uiteindelijk de beste grappen, inclusief klepperende kokosnoten. Jones blonk uit in Britse silliness, de gave om over alles een oneerbiedige grap te maken en alledaagse gebreken in het absurde te trekken.

Wat deden de Pythons ooit voor óns!?

In de loop van de jaren ging zijn historische bekommernis domineren op het komische filmwerk. In zijn boekuitgaven Chaucer’s Knight (1980) en Who Murdered Chaucer? (2003) plaatste Jones de tijd van Chaucer en koning Richard II in een ander daglicht. Zijn achtdelige BBC-serie Terry Jones’ Medieval Lives (2003) kreeg een Emmynominatie. Als geboren Welshman ging hij prat op zijn Keltische roots. In de serie Terry Jones’ The Barbarians (2006) rehabiliteerde hij de beschaving van de Kelten en van de Goten.

The Meaning of Life

Minder succesvol dan zijn documentaires waren zijn latere fictiefilms. Noch Erik the Viking (1989), de Noormannenvariant op The Holy Grail, noch Personal services (1987), een thematisch verlengstuk van The Meaning of Life (1983), konden de Pythonstatus van weleer evenaren. Zijn versie van de jeugdklassieker The Wind in The Willows (1997) belandde rechtstreeks in het videorek.

Een scherp contrast met de dwarse lach en de unieke cultreputatie over de generaties heen van vooral The Holy Grail en Life of Brian. Het sarcastische The Meaning of Life scoorde iets minder, ondanks Jones’ opvallende rol als obese veelvraat. Met zijn aanklacht tegen religieus fanatisme groeide Life of Brian op termijn uit tot een profetische komedie. “Jullie moeten mij niet volgen. Jullie moeten helemaal niemand volgen. Iedereen moet voor zichzelf denken. Jullie zijn allemaal individuen”, zegt Brian als vermeende Messias tegen de menigte. In dit opzicht filmde Jones met Life of Brian een tijdloze komedie die als satirische parodie gelijke tred kan houden met Chaplins Modern Times of The Dictator. † 21 januari

Geschreven door DIRK MICHIELS

Adieu Terry Jones (1942-2020)

Media: 

onomatopee