Retrospectieve Manu Bonmariage, de man met de camera

De waarheid vinden door het oog van de camera. Ongekunsteld en waarachtig. Zonder morele overwegingen, zonder kleurfilters, zonder muziek, zonder commentaar in voice-over. Kortom: “ce qu’on fait, c’est du vrai”. Zijn leven lang filmt de Waalse documentairemaker Manu Bonmariage (°1941, Chevron) volgens het credo van de ‘cinéma vérité’. Nu zijn geheugen hem parten speelt door beginnende alzheimerdementie, oordeelde dochter Emmanuelle Bonmariage de tijd rijp voor een docu over zijn leven, MANU, L’HOMME QUI NE VOULAIT PAS LÂCHER SA CAMÉRA, aangevuld met een miniretrospectieve van CINEMATEK in Flagey.

In de sporen van de Franse grondlegger van de cinéma vérité Jean Rouch (1917-2004) maakte Bonmariage de camera onzichtbaar in spraakmakende reportages, hoofdzakelijk voor RTBF (het televisiemagazine Strip-Tease vanaf 1985), maar ook voor de Canvas-reeks Hoge Bomen (Looking for Dragone, 2009). Voor Bonmariage is cinéma vérité een natuurlijk proces. Zijn leven lang kaderde hij de werkelijkheid met zijn rechteroog als lens, sinds hij op zijn zevende het linkeroog verloor. Zonder masker toonde hij de dagelijkse beslommeringen uit het leven van jonge recidivisten (J’ose, 1983), passionele moordenaars (Les amants d'assises, 1992), psychiatrische patiënten (Amours fous, 1998), euthanasiepatiënten (Vivre sa mort, 2015), politiemensen (Allô police, 1987), met ontslag bedreigde mijnwerkers (Hay Po L'djou, 1979) of met de EU-regels worstelende Waalse bedrijven (Du beurre dans les tartines, 1980) en boeren (La terre amoureuse, 2012).

Zijn sterkste werk heeft onmiskenbaar een sociale bodem, gebed in de arbeidersklasse en de moeizame naoorlogse Waalse economische ontwikkeling. Maar er zijn ook de confronterende portretten van kunstenaars, die hij soms een jaar lang volgde of met zijn camera verraste op hun weg naar huis. Zo interviewde Bonmariage naast Cirque du Soleil-regisseur Franco Dragone (Looking for Dragone, 2009) ook striptekenaar Hugo Pratt, cineast Jean-Luc Godard en componist Michel Legrand aan de teken-of montagetafel in de reeks Un homme, une ville (1980-1982). Ook het directe politieke werk ontbrak niet. Als een van de laatst aanwezige reporters in Saigon filmde hij de communistische intocht in de Zuid-Vietnamese hoofdstad in april 1975 (De Saïgon à Ho Chi Minh-ville, 1975).

Toch drukte hij vooral zijn stempel met de Belgische reportages, altijd op zoek naar authenticiteit. Menselijkheid onthullen voor een empathische camera was de inzet van de RTBF-reeks Strip-Tease, waarvoor hij een 50-tal afleveringen draaide. Voor Strip-Tease-bedenker Jean Libon is Manu Bonmariage de spirituele vader van de reeks. In het sociale klimaat van de tweede helft van vorige eeuw trok hij met de camera op de schouder de straat op en filmde hij er herkenbaar Belgische, alledaagse mensen en situaties. De kracht van zijn reportages berustte echter nooit op de historische of psychologische ontleding van hun verloren dromen of ongerealiseerde ambities. Wel op zijn vaardigheid om die details uit het gesprek of het verhaal aandacht te geven waaruit oprechte, vaak nooit eerder verwoorde emoties voortkwamen. “De camera is contemplatief, maar ik ben niet bang van emoties”, legde Bonmariage zijn werkwijze uit. “Ik werk niet in objectiviteit, maar in het plezier om samen te zijn met de mensen die ik film. Ik wil met hen iets sterks en intens delen, dat verder reikt dan feiten of toestanden. In alle eenvoud nodig ik de mensen uit om acteurs te worden in hun eigen leven. Zij zijn het die in het gesprek op een bepaalde manier de macht over me nemen.”

Centraal in de retrospectieve staat de première van MANU, L’HOMME QUI NE VOULAIT PAS LÂCHER SA CAMÉRA (trailer), waarin dochter Emmanuelle de camera van haar zieke vader overneemt. In dit vaderportret graaft (bijna) naamgenote Emmanuelle Bonmariage in het immense filmerfgoed van haar pa, dat vaak radicaal afsteekt tegen de gangbare documentaire normen. Waar mogelijk brengt ze ook de personages uit de reportages van toen opnieuw voor de camera. Ze vraagt hen honderduit over de werkwijze van haar filmende vader. Zelf buigt ze zijn zuivere cinéma vérité-techniek om naar een meer geconstrueerde aanpak met een zekere mise-en-scène. Tegelijkertijd poogt ze te achterhalen hoe de woelige persoonlijkheid van haar vader zich een leven lang vermengd heeft met die van de filmmaker en misschien ook wel met de mensen uit zijn reportages. “Was mijn vader niet op zoek naar zichzelf via deze personages”, vraagt ze zich af. “Zijn ze niet gedeeltelijk ook zijn spiegel?” Treiterig confronteert ze deze psychologiserende aanpak met de pure cinéma vérité-opvatting van Bonmariage senior. Ronduit boos wordt de eigengereide Manu als ze hem vraagt een scène aan de garagepoort nog eens over te doen. “We draaien geen scènes opnieuw. We nemen wat en zoals het gefilmd is”, repliceert hij nors. Op die manier maakt Emmanuelle aan de kijker duidelijk wat cinéma verité inhoudt en hoe deze stijl verbonden is met de persoonlijkheid van haar vader.

Retrospectief programma door CINEMATEK in Flagey

- J’Ose (1983) op 8/6 en 29/6

- Looking for Dragone (2009) op 18/6, 10/7 en 21/7

- Du beurre dans les tartine (1980) op 13/6 en 19/7

- Allô police (1987) op 17/6 en 11/7

- Amours fous (1998) op 17/6 en 21/7

- MANU, L’HOMME QUI NE VOULAIT PAS LÂCHER SA CAMÉRA (2018) van 6/6 tot 12/6 en op 18/6 en 21/7

BEELD: MANU, L’HOMME QUI NE VOULAIT PAS LÂCHER SA CAMÉRA

Geschreven door DIRK MICHIELS