Classics Restored: slapende schoonheden wekken

Het festival Classics Restored opende in KASK Gent met een panelgesprek over cinematografisch erfgoed en digitale restauraties. In het panel zetelden experts die maar wat graag ‘sleeping beauties’ uit de filmgeschiedenis weer wakker kussen. Hoewel diverse factoren hen vaak tegenhouden, slagen ze ook in hun opzet en weten ze publiek te trekken.

De prinsen (geen prinsessen te bekennen) die de slapende schoonheden uit het verleden weer naar onze schermen willen toveren, waren Guy Borlée van het gerenomeerde festival Il Cinema Ritrivato, Bruno Mestdagh van het Belgische filmarchief CINEMATEK, Alexander Vandeputte van producent en distributeur Lumière en René Wolf van het Eye Filmmuseum in Amsterdam. Uit hun gesprek bleek dat de restauratie van films afhangt van vele factoren.

Jammer genoeg kan niet elke film gerestaureerd worden, want restauratieprocessen zijn duur en arbeidsintensief. Neem nu een kortfilm van Chantal Akerman die CINEMATEK onlangs onder handen nam: het kostte twee weken voltijds werk om de zeventien minuten durende film op te poetsen. Een restauratie van een langspeelfilm kost rond de 60.000 euro. Om een klassieker uit te zenden op televisie betalen zenders zo’n 5000 euro. Voor dat geld kan een film dus onmogelijk gerestaureerd worden. Naast het kostenplaatje speelt ook de beschikbaarheid van het te restaureren materiaal uiteraard een belangrijke rol. Als films in coproductie zijn gemaakt met een ander land, liggen de negatieven ervan vaak in archieven in het buitenland en zijn ze dus moeilijk of niet voor handen. Slechte kopieën gebruiken als basis voor restauraties, maakt het hele proces nog langer en duurder. Daarenboven is er telkens toestemming nodig van de rechthebbenden (regisseurs of producenten).

Kiezen is verliezen … of winnen

Omdat het een hele rompslomp is om aan de rechten en middelen te raken om films te kunnen restaureren en digitaliseren, moet er weloverwogen beslist worden welke films een nieuw jasje krijgen. Daarbij weegt het verwachte succes van de vertoning zwaar door. Producenten willen dat restauraties van films profijt opleveren, via de release van een nieuwe dvd-box of door bioscoopvertoningen.

De Vlaamse klassieker Daens (Stijn Coninx, 1992) heeft het lang moeten stellen met een slechte filmkopie, maar is een film die sowieso een publiek heeft en daardoor ‘restauratiewaardig’ is. Kleinere, minder bekende films hebben het veel moeilijker. Toch kwam er enkele jaren geleden een restauratie van Any Way the Wind Blows (Tom Barman, 2003) in de zalen, wat dan weer wijst op het cultsucces daarvan.

Naast fictiefilms liggen er in het Belgische filmarchief enorm veel kleine reportagefilms die volgens CINEMATEK de moeite zijn om bewaard en opgepoetst te worden. Ze zijn echter niet gegeerd op vlak van vertoning, waardoor ze minder in aanmerking komen voor restauraties. Toch heeft het Koninklijke Filmarchief recent een vijftal films over België in de Eerste Wereldoorlog gerestaureerd en gedigitaliseerd, onder de overkoepelende naam ‘14-18’. Bruno Mestdagh, verantwoordelijke voor de digitale collectie en archivaris bij CINEMATEK, weet dat het vaak een goede zet is om films te selecteren die binnen een groter project passen. Ook het Eye Filmmuseum in Amsterdam kent de voordelen van deze strategie. Vorig najaar verwelkomde het een tentoonstelling over de Russische regisseur Andrej Tarkovski (zie FM 699): de ideale gelegenheid om ook zijn gerestaureerde films te vertonen en een graantje mee te pikken van de persaandacht voor de expositie.

Weer gloednieuw

Aandacht van de pers kan een publiek warm helpen maken voor releases en wijzen op de unieke kans om de vertoning van een klassieker bij te wonen. Toch vindt René Wolf van het Eye Filmmuseum dat de kracht van de vierde macht niet mag worden overschat. Toen Eye de klassieker Les uns et les autres (1981) van Claude Lelouch uitbracht, kon de release nauwelijks op media-aandacht rekenen. Ondanks de stilte bij de landelijke pers ontving Eye maar liefst 22.000 bezoekers tijdens de vertoningen. Het succes van Les uns et les autres heeft volgens Wolf te maken met de status van de film bij kijkers die de film zagen bij zijn oorspronkelijke release, maar er sindsdien verstoken van bleven. Dat klassiekers met een goede reputatie op hoge bezoekersaantallen kunnen rekenen, kan Alexander Vandeputte volledig beamen. Ook de Lumière-release van drievoudig Oscarwinnaar Howards End (1992) van James Ivory promootte zichzelf en trok 15.000 bezoekers.

Lumière brengt gerestaureerde klassiekers uit alsof het om gloednieuwe releases gaat. De distributeurs maken een volledige promocampagne, monteren een nieuwe trailer naar hedendaagse standaarden en organiseren zelfs weer persvisies. De filmmakers van de klassiekers reageren (als ze nog leven) niet altijd even positief op die promocampagnes. Zij waken vaak beschermend over hun pareltjes en vinden het moeilijk om een trailer in een andere montage te zien. Daarom vraagt Lumière niet altijd toestemming om te sleutelen aan beeldmateriaal. “We zien vaak dat filmfanaten sleutelen aan beelden, de film in een nieuwe trailer gieten en die online posten. Dan moeten wij ons niet schuldig voelen om de klassieker aantrekkelijk te maken voor het hedendaagse publiek”, zegt Vandeputte. De campagne blijkt te werken, want zelfs in de heetste zomermaand augustus kon Lumière vorig jaar 5000 mensen naar de restauratie van Solaris (Andrej Tarkovski, 1972) lokken.

Meer dan nostalgie

Nostalgie is een belangrijke factor die het publiek naar klassiekers trekt, maar volgens Vandeputte drijft niet enkel een verlangen naar het verleden filmliefhebbers naar de zalen. “Veel belangrijker nog is de verwondering”, stelt de stichter van Lumière. Daarmee verwijst hij naar de verwondering die bezoekers ervaren bij de kwaliteitsvolle digitale versies van parels van vroeger. Vandeputte wil ook bij jongeren die waardering voor klassiekers opwekken. Hij hoorde van bioscoopuitbaters dat de zalen tijdens gerestaureerde films vol zitten met “jongeren” onder de vijfendertig en wil met Lumière nog meer van deze culturele ontdekkingsreizigers aanspreken.

Ook Wolf ziet dat jongeren vaak de zalen vullen. Zijn verklaring is dat ouders het een unieke ervaring vinden om met hun kinderen naar een film uit hun jeugd te gaan kijken. “Een cinemabeleving van vijftig jaar geleden kunnen delen met je kroost voelt ongelofelijk mooi aan”, zegt Wolf.

Volgens festivalcoördinator Guy Borlée is het niet altijd even gemakkelijk om het publiek tevreden te stellen met een restauratie. Hij vindt het intuïtiewerk. Zo wisten ze bij Il Cinema Ritrovato dat menig fan de final cut van Apocalypse Now (Francis Ford Coppola, 1979) met open armen zou ontvangen. Over andere must-see slapende schoonheden zoals The Grapes of Wrath (John Ford, 1940) verwacht Cinema Ritrovato dat ze bij de volgende editie met hun klassieke schoonheid in de smaak zullen vallen.

Lees ook een uitgebreid interview met Guy Borlée in Filmmagie 702.

Beeld: Casablanca tijdens Cinema Ritrovato on Tour, 2015

Geschreven door KATRIJN BEKERS & PIETER DESAEVER
 
onomatopee