Wanneer een rijke stinkerd door de FBI wordt opgepakt op verdenking van financieel gesjoemel, besluiten enkele gedupeerden die voor een dubieus pensioenfonds geld aan hem hebben toevertrouwd, hun zuurverdiende centen te gaan terug stelen. Hiervoor moeten ze zich wel een weg zien te banen naar een penthouse op de bovenverdieping van een met luxeappartementen uitgeruste wolkenkrabber.
Rush Hour-regisseur Brett Ratner blikte TOWER HEIST in als een komische variant op Paul Schraders Blue Collar (1978) en voorziet ook talloze Ocean’s Eleven-invloeden. Terwijl de effectieve uitvoering van het inbraakplan behoorlijk entertaint, kan niet hetzelfde worden gezegd van de slome en minder interessante voorbereidingen ervan. Van suspense of spanningsopbouw zoals bij een traditionele heistfilm is dan ook weinig sprake.
De gelikte fotografie van Dante Spinotti (Public Enemies, L.A. Confidential, Heat) vormt daarentegen een van de hoogtepunten van de film, en doet bij momenten even de inhoud of de slabakkende regie vergeten. TOWER HEIST is dus verre van een perfecte film, maar wordt binnen zijn veilige genrelijnen naar het einde toe best vermakelijk. Ook bevat de film een van de minder beschamende acteerprestaties van jaren tachtig-goudhaantje Eddie Murphy. Zijn rol is niet echt van het niveau van Beverly Hills Cop (1984) of Trading Places (1983), maar zeker onderhoudender dan Norbit (2007). Jammer genoeg wordt zijn personage als ervaren, raadgevende oplichter veel te weinig uitgespeeld. En Stiller? Die speelt opnieuw zichzelf.