Het apocalyptische jaar 2012 start gepast met een klein meesterwerk, een hallucinante tragedie waarin een vader vreest dat een droom werkelijkheid wordt en de ondergang van de wereld nabij is. “Ik voelde een onrust, een angst die zich over de wereld heeft verspreid,” vertelde regisseur Jeff Nichols (Shotgun Stories) in Cannes, “de film wil hier een antwoord op zijn”.
TAKE SHELTER gaat over angst als motor van het bestaan in een wereld die op drijfzand gebouwd lijkt. Terrence Malicks beschermeling focust in deze gezinskroniek over paranoia op een arbeidersgezin in Ohio, de Amerikaanse staat die zich volgens haar promotieslogan “in the heart of it all” bevindt. Het gezinshoofd kampt met nachtmerries over een apocalyptische tornado. Curtis LaForche is een brave werknemer van een boorfirma, de perfecte vader van het dove dochtertje Hanna, de ideale echtgenoot voor de nuchtere Samantha en de christelijke steunpilaar van een hechte dorpsgemeenschap. Hij heeft, volgens zijn drinkebroer Dewart, “een goed leven”.
Tot alles in een droom tegen Curtis lijkt te rebelleren. Zijn hond valt hem aan, Samantha gluurt met moorddadige blik naar haar man en op de achtergrond dreigt een destructieve storm. Curtis weet niet wat hem overkomt maar gelooft dat de nachtmerrie visionair is, een onbewust voorgevoel van onvermijdelijk onheil. “Ik ben bang dat er iets op komst is,” verzucht hij, “iets dat niet goed is”. Om zijn gezin te beschermen besluit hij de stormschuilkelder in zijn tuin te vergroten en te verstevigen, verbouwingswerken die hem problemen opleveren met zijn bank, werkgever en gemeenschap. Bovendien wordt Curtis alsmaar schichtiger en asocialer terwijl hij obsessief voortwerkt aan de 'shelter' en door visioenen en stigmata uit evenwicht geraakt.
Wordt hij gek (treedt hij in de voetsporen van zijn schizofrene moeder) of is hij een profeet die het einde van een dolgedraaide wereld voorspelt? Dat is de vraag. Nichols compliceert de zaken via een subjectieve aanpak. We duiken in de geest van iemand voor wie 'open ruimtes' plotseling heel bedreigend overkomen, het vrijheidsgevoel (de Amerikaanse droom) verdampt en het gevaar alomtegenwoordig lijkt.
Als fan van Ford en Malick combineert Nichols poëzie met sociale geladenheid en fantastiek. De angst situeert zich dan ook niet alleen op een realistisch (vervuiling) maar ook op een metaforisch (economische en financiële rampen) en een psychologisch (dreigende schizofrenie) niveau. Maar vooral: angst heeft zijn wortels in het hart van het gezin. En de storm woedt onder de schedelpan van Curtis. Ook al is er sprake van waanzin en natuurrampen, toch kiest Nichols niet voor effectjagerij en verankert hij het verhaal in de realiteit.
Met beperkte effecten weet hij een maximale intensiteit te bereiken, geholpen door Michael Shannon, de ontdekking van die andere paranoia-parel Bug (Friedkin) en Jessica Chastain (The Tree of Life). Onrust en rust, yin en yang. TAKE SHELTER is ook een parabel over angstige ouders die worstelen met de overstap van een zorgeloze jeugd naar het verantwoordelijke bestaan van volwassenen-met-kinderen. Curtis verloor zijn vader en die confrontatie met de dood introduceerde menselijke onmacht. Het slot, waarin het volledige gezin verenigd wordt in de confrontatie met de dreigende vernietiging, is op een vreemde manier louterend. De droom/illusie/ramp versterkt de familiale band, ook al blijkt de toekomst een nachtmerrie die een apocalyptisch voorgevoel weerspiegelt.
TAKE SHELTER staat bol van dat soort 'spanningen'. Het is een B-film gemaakt door een onafhankelijke auteur, een ontluistering van een stukje Americana met een stiekeme fascinatie voor spektakel, een psychologisch drama gedrenkt in sprookjesachtige poëzie, een crisisverhaal met hoopvolle personages, een bovennatuurlijke thriller met uitgesponnen naturalistische sequenties, een parabel over persoonlijk engagement en een sombere collectieve – post-9/11 en post-financiële crisis – state of mind. Mede daardoor blijft hij nazinderen.
Reactie toevoegen