“You don’t put a team together with a computer”. Zo zal elke gedegen baseballkenner beweerd hebben vóór Oakland Athletics manager Billy Beane computergegenereerde statistische analyse in de baseballwereld introduceerde en een triomftocht aflegde om u tegen te zeggen.
MONEYBALL is het waargebeurde relaas van het David versus Goliathgevecht dat Billy Beane aangaat met baseballminnend Amerika om zijn radicaal vernieuwende aanpak door te duwen. Geruggensteund door de vers afgestudeerde Yale–econoom Peter Berg past hij een systeem toe waarbij spelers aangeworven worden naargelang hun vermogen om aan een honk te geraken, zichtbaar gemaakt door een simpele computerberekening. En niet zoals de traditie dicteert naargelang hun sterrenstatus of talent.
Spelers die door andere grotere clubs aan de deur worden gezet omdat ze te oud, te excentriek of simpelweg waardeloos zijn, worden door Beane en Berg met open armen ontvangen. Een onorthodoxe aanpak die – uiteraard – op veel weerstand stuit, zelfs van de eigen teamcoach (wederom een schitterende vertolking van kameleon Philip Seymour Hoffman). Hoewel de plot misschien anders doet vermoeden en het spel op zich wel degelijk een belangrijke rol speelt, is MONEYBALL geen traditionele sport-, laat staan baseballfilm.
Centraal staat immers het personage van Brad Pitt, tevens producent, en zijn lef om een aantal heilige sporthuisjes omver te schoppen. Daarenboven laat filmregisseur Bennet Miller (Capote) de migraine veroorzakende snelle cuts van de meeste sportfilms achterwege en hanteert hij in plaats daarvan een subtiele naturalistische beeldregie. Verwacht met andere woorden geen visuele opsmuk, bombastische triomfen of naïeve zedenpreken. Miller kiest voor een sobere aanpak die de geloofwaardigheid ten goede komt. Ook het acteren van Brad Pitt (een acteur die nooit volledig zal overtuigen in de rol van underdog) en van comedyster Jonah Hill blinkt uit door de ingetogenheid en de spontane dynamiek die tussen hun personages aanwezig is.
Het contrast tussen de atletische, energieke ex–baseballspeler en de corpulente, beheerste econoom voorziet de film bovendien van een komische noot. Toch vertoont MONEYBALL enkele (narratieve) schoonheidsfoutjes. Zo lijkt het nevenplot met de dochter van Beane in een niet onbelangrijke rol erbij te zijn gesleurd om al te sentimentele wendingen toe te voegen. Daarnaast voelt het in eerste instantie vreemd aan dat een manager zijn toekomst en die van zijn team in handen legt van een beginneling die hij van haar noch pluim kent. Ten slotte duurt de film net iets te lang om de spanningsboog vol te houden.
Conclusie: MONEYBALL is een verdienstelijke poging om de op het eerste gezicht weinig fascinerende combinatie van sport en wiskunde te vertalen naar een boeiende kroniek van een gedoodverfde verliezer.