Acteursregisseur Frank De hel van Tanger Van Mechelen blikt in GROENTEN UIT BALEN in de achteruitkijkspiegel - door de ogen van iemand van de 21ste eeuw dus - naar Vlaanderen begin de jaren 70 én naar de negen weken durende wilde staking voor tien frank opslag op de zinkfabriek Vieille Montagne in Balen-Wezel.
De naweeën van mei ’68 en een grotere mondigheid beginnen stilaan door te dringen tot in de stille Kempen en daar hun tol te eisen. Tot in elke familiekring toe. Een en ander zit samengebald in de ontwapenende ‘vranke toot’ Germaine, het meisje met het lieve, guitige gezichtje in haar ultrakort, strak minirokje (revelatie Evelien Bosmans). Haar idool is Alan Clark van The Hollies en in haar kamer plakken ook krantenartikels over The Kinks tegen de muur. Haar boterham verdient het meisje met het hart op de tong als caissière in een grootwarenhuis in Mol en haar oog heeft ze laten vallen op een (linkse, maoïstische) leeftijdsgenoot-met-grote-bril-uit-de-betere-kringen-van-Mol - onhandiger en studentikozer is moeilijk denkbaar.
Thuis zit het er vaak bovenarms op; met pa is een redelijk gesprek quasi uitgesloten, met ma is de verstandhouding veel beter. Als kijker heb je alleen maar een warme sympathie voor haar. Stany Crets, niet meteen de meest verfijnde acteur uit onze contreien, zit als gegoten in de rol van de vader, die het keer op keer moet afleggen tegen zijn vrouw maar dat niet door heeft; hij trekt zijn klak recht en spuugt een zoveelste klaar-en-duidelijke boodschap de wereld, of beter het vacuüm, in. Ofwel schrijft hij de onvrede van zich af in een brief naar de president van Amerika en naar de koning (vandaar de titel, een klassieker). Brieven die per kerende, buiten pa’s gezichtsveld, in de kachel belanden.
Als niet-gesyndiceerde arbeider valt de wilde staking hem, die het niet al te breed heeft, koud op de maag. Wat nu gezongen? Zie en hoor je hem denken. Op alle vlak wordt er uitbundig geacteerd. Dat verdraagt het verhaal omdat én personages én situaties én dialogen zo herkenbaar zijn (wat niet altijd van het Mols dialect kan worden gezegd). Dat Germaine te pas en te onpas haar ecologische bekommernissen ventileert, lijkt niet altijd even geloofwaardig. We zijn pas begin de jaren 70. Waar zou een tiener dat milieubewustzijn hebben opgepikt? Thuis in de tuin? Het doet er in feite niet zo toe.
Laten we het erop houden dat de makers dat sociale engagement per se in het verhaal wilden, en dat het liefst in de mond van de (aan)komende generatie legden. Bijna iedereen verliest uiteindelijk zijn maagdelijkheid – de jongeren op kop, Germaine zelfs letterlijk. Voortaan - na de staking - lijkt iedereen op zichzelf aangewezen; op iemand kunnen rekenen is moeilijker geworden, het solidariteitsbeginsel is uitgehold. Misschien wel definitief weg. In die zin is GROENTEN UIT BALEN mee dankzij een uitgekiende retrosfeer ook nostalgisch. De tijd van eindeloos dromen lijkt voorbij. Niets zal ooit nog hetzelfde zijn.
GROENTEN UIT BALEN spreekt in de eerste plaats aan als tragikomische familiekroniek die intussen ook rake thema’s aansnijdt zoals vriendschap, solidariteit, een toekomst voor de volgende generaties, arbeidsethos tegenover milieuvervuiling, al komen die niet altijd even vlot uit het pittoresk verhaalharnas los. Drama’s staan voortdurend op de uitkijk; bij een wilde staking wordt geen stakersgeld uitbetaald en ongewenst zwanger worden was een regelrechte ramp, hypothekeerde je toekomst, was echt niet om (weg) te lachen… Toch worden in GROENTEN… op tijd alle plooien glad gestreken. Zo werkt de herinnering nu eenmaal.