“Ik droom al jaren van het maken van een stomme film,” vertelt de Fransman Michel Hazanavicius, “omdat mythische cineasten die ik bewonder zoals Hitchcock, Lang, Ford, Lubitsch en Murnau zo debuteerden én omdat het je als regisseur dwingt om op bijzondere wijze een verhaal te vertellen”. De vreugdevol-nostalgische stomme film THE ARTIST verraste en charmeerde Cannes.
"In 'silent movies' wordt het verhaal niet verteld door scenaristen of acteurs maar door regisseurs,” benadrukt Hazanavicius, “in stomme films loopt alles via het beeld, via de organisatie van de signalen die je naar de kijker verstuurt. Het is een emotionele, zintuiglijke cinema; het feit dat je geen beroep doet op een tekst brengt je bij een essentiële manier van vertellen die werkt via sensaties die je creëert. Voor een filmmaker is dat boeiend”.
De Franse cineast had een gekke droom, een stomme film maken in oude Hollywoodstijl, en slechts producent Thomas Langmann had voldoende lef om tegen de digitale 3D-stroom op te roeien en twee taboes - zwart-wit én dialoogloosheid (er is wel even geluid in een droomscène) - te doorbreken. Meer nog, hij deed er alles aan om zijn Franse crew in Hollywood te laten draaien op authentieke filmlocaties (sets in de oude studio's), in zwart-wit (op kleurenfilm) en in het oude 1.33 formaat.
THE ARTIST werd gemaakt uit liefde voor de stomme film maar is meer dan een ode of een imitatie. Hazanavicius geeft een heel eigen twist aan zijn silent movie. Zo laat hij zich inspireren door de melodrama's van Tod Browning, Frank Borzage en King Vidor maar zorgt een humoristische knipoog (subtieler dan in zijn pastiches OSS 117: Le Caire nid d'espions en OSS 117: Rio ne repond plus) ervoor dat de sfeer opgewekt vrolijk blijft. En zo liet research naar de jaren 20 sporen na zonder dat het eindresultaat een historische film werd. “Ik maak geen films om de realiteit te reproduceren,” verduidelijkt Hazanavicius, “ik ben geen naturalistisch cineast. Waar ik van hou is een spektakel te creëren en er voor te zorgen dat mensen plezier scheppen in het feit dat ze er zich van bewust zijn dat het een spektakel is. Wat me interesseert is de stilering van de realiteit, de mogelijkheid om met codes te spelen”.
Het melancholische verhaal speelt in Hollywood anno 1927. George Valentin is een superster van de stomme film maar zijn carrière wordt bedreigd door de opkomst van de talkies, terwijl de jonge figurante Peppy Miller dankzij de gesproken film tot een grote ster uitgroeit. De complicatie is dat zij haar doorbraak aan hem dankt (een foto in de krant bij een première én een kleine rol zorgen ervoor dat ze wordt opgemerkt) en hij stevig gebeten is door de liefdesmicrobe. Heel wat blijft 'onuitgesproken': de wederzijdse verliefdheid en de rol van bewaarengel die de jonge vrouw blijft spelen voor haar idool-in-verval. THE ARTIST is een speels opgang- en ondergangverhaal met een hoog A Star is Born-gehalte (en echo's van Douglas Fairbanks, Gloria Swanson, Joan Crawford, Greta Garbo, John Gilbert én Citizen Kane) dat passend in licht en schaduw wordt verteld. De held verdwijnt van het licht in de schaduw en de heldin gaat van de schaduw naar het licht. De held heeft veel aan zijn koppigheid, trots en verwaandheid te danken (studiobaas Al Zimmer wil hem betrekken bij de vernieuwing maar Valentin investeert alles in een achterhaalde avonturenfilm) terwijl Peppy onbewust met haar jeugdige energie bij het publiek een gevoelige snaar raakt.
De stomme film is een anachronisme voor een publiek dat gewend is aan geluid, dialogen, actie én kleur maar THE ARTIST wèrkt en is bovendien onderhoudend én warm. Veel is te danken aan het keep it simple-motto van de cineast. Geen complex, wel een eenvoudig verhaal, geen karrenvracht personages maar enkele archetypische figuren, geen ingewikkelde plot maar voorspelbare verhaallijnen. Hazanavicius verbindt bovendien de speelse charme van het melodrama met een luchtige sfeer. Hij wekt emoties op door de theatrale, mimeachtige vertolkingen van Jean Dujardin en Bérénice Béjo te ondersteunen met Ludovic Bource's muziek en samen met DOP Guillaume Schiffman de kaders zo te 'componeren' dat via compositie en contrasten betekenis ontstaat.
De visuele schoonheid van THE ARTIST is echter ook de achilleshiel van de film. Zowel de films-in-de-film als de film zelf zien er wat te scherp en proper uit (ook al gebruikten de makers kleurenpellicule om een korrel te creëren), de korrelige vaagheid van de typische soft focus close-ups van de 'oude' stomme films ontbreekt en dat werkt storend. Ook al verdedigt Schiffman zich door te stellen dat ze “het beeld van toen wilden terugvinden om er zich totaal van te bevrijden”. Er is immers ook de herinnering aan de 'cinema van toen' en die is niet haarscherp, veeleer flou artistique. Wat niet belet dat THE ARTIST een heerlijk melancholisch pareltje is.
Reactie toevoegen