FILMMAGIE ABONNEER ADIEU BLIK IN BLIK VOORUIT CONTACT COVERSTORY DIT = BELGISCH DOSSIER KUBRICK DVD FILM VAN DE WEEK GEWIKT OVER SURFTIPS
| FILM VAN DE WEEK 11/10/2006 :: AN INCONVENIENT TRUTH
Onze filmcritici scheiden het kaf van het koren en puren uit de wekelijkse über-aanbieding hun eigenwijze topdrie.


Gewezen Amerikaans vice-president en presidentskandidaat Al Gore ontving ons op audiëntie in Brussel. Tijdens zijn doorreis sprak de imposante gelegenheidsfilmster over AN INCONVENIENT TRUTH, de multimediashow-documentaire van Davis Guggenheim waarin hij vakkundig onze geesten kneedt: “Als het politieke systeem verlamd is, dan moet je over die hoofden van politici heen. Probeer de massa te overtuigen. Dat is de enige manier om verandering te forceren”.
JULIE DECABOOTER
FILMMAGIE: Wanneer de traditionele media het hete onderwerp van klimaatsopwarming niet voldoende in de spots zetten, denkt u dat film die rol dan op zich kan of moet nemen?
AL GORE: In de jongste decennia is het overleg over de democratie grondig getransformeerd. 200 jaar terug was er het geschreven woord. Dat leidde tot de verlichting en een gesprek dat georiënteerd was in het vinden van de waarheid, van de beste bewijzen, van de rol van de rede. 50 jaar geleden nam tv die rol over. In de VS is dat medium zo dominant dat elke Amerikaan gemiddeld 4,5 uur per dag tv kijkt.
Film is nu één van de enige resterende uitgangskleppen om een complexe materie uit te leggen. Als je het onderhoudend en humoristisch kan maken, en toch nog vele feiten weet door te geven, dan is het een manier om door het vandaag ontoereikende politieke overleg te breken. Je stapt immers direct op de mensen af. De film was niet mijn idee en ik was sceptisch of het zou lukken, maar nu heb ik zéér uitvoerige theorieën waarom het werkt (lacht).
Ik vind het mooi dat vele Amerikanen me zeggen dat, alhoewel ze terughoudend waren, AN INCONVENIENT TRUTH hen overtuigde. Natuurlijk word ik ook aangevallen. Sommige van de grootste vervuilers smijten er jaarlijks miljoenen dollars tegenaan om mensen in verwarring te brengen. Zij haten de film omdat die de waarheid zegt; dat wat niet in hun kraam past. Alle klimaatspecialisten in de VS beweren: Al Gore heeft de wetenschap aan zijn kant. Maar ExxonMobil valt de film aan via tv-spotjes! In andermans naam, maar goed.
U rekent dat we het ‘point of no return’ in minder dan 10 jaar tijd bereiken. Wat maakt u er zo zeker van dat de mentaliteit binnen die periode moet veranderd?
GORE: Dat cijfer komt van deskundigen met het hoogste niveau van expertise. Jim Hansen bijvoorbeeld, topwetenschapper en climate modeller in dienst van de NASA, is hierin allang gespecialiseerd. Hun computermodellen worden alsmaar preciezer; ze geven het kleinste detail weer. Het tempo van het veranderingsproces in de wereld is verhoogd en er zijn enkele points of no return die wetenschappers in gedachten hebben wanneer ze over die tijdsrekening praten.
Voorbeeldje van iets dat we moeten voorkomen? Als de ijskap van de noordpool volledig wegsmelt, komt deze nooit meer terug! Toch niet op een tijdsschaal die relevant is voor het menselijke ras. Dat zou de hitte-absorptie van de zon dramatisch wijzigen. Iets anders: er zit erg veel koolstof en methaan in de bevroren toendra van Siberië en een deel van Alaska. Als deze smelten en de gassen in de atmosfeer oplossen, zou dat de bestaande luchtvervuiling nog eens verdubbelen. We moeten dat stoppen!
We dienen alleszins een goede start te nemen door eerst de mate van toename te reduceren, en dan de absolute hoeveelheid te verminderen. We hebben alles wat nodig is, behalve de wil om te handelen. Die kan er komen door kennis over wat er op het spel staat. 10 jaar tijd is genoeg. Niet dat we 9 jaar kunnen wachten; we moeten NU iets doen.
Pas op het einde van de film geeft u hoop en volgen er suggesties van wat we kunnen doen.
GORE: Voor je mensen vertelt hoe je de klimaatscrisis moet aanpakken, moet je ze overtuigen dat er een ernstig probleem ís. Pas dan zullen ze oplossingen zoeken en gaan ze politieke verandering eisen. Weet je, ook in België is het zo dat de échte ‘ongemakkelijke waarheid’ luidt: zelfs al doe je het maximum van wat er politiek haalbaar is, dan nog schiet je tekort aan het minimum dat noodzakelijk is om het probleem ten gronde op te lossen.
U was vice-president van de VS en dus één van de gewichtigste personen ter wereld. Beweert u dat u nu kan ingrijpen in hoe mensen leven terwijl u dat toen niét kon?
GORE: Wel, ik was géén president. Er is een verschil. Ik ben trots op wat ik kon bereiken, maar zowel een president als een vice-president zijn verantwoordelijk voor gigantisch véél. Nu kan ik focussen op één onderwerp. Ik heb niet meer toegang tot dezelfde machtsechelons als toen ik vice-president was, maar ik heb nu wèl de mogelijkheid om te communiceren. Dit issue is prioritair. Maar niemand die vandaag in de VS politiek actief is, ziet het als een dominant thema. Ik wel, en ik doe er alles aan opdat de presidentskandidaten van zowel de Democraten als de Republikeinen het als urgent moéten zien.
Wat was dan het lastigste obstakel waardoor u bijvoorbeeld het Kyoto-protocol niet kon onderschrijven?
GORE: We tekenden het wèl! Ik ging persoonlijk naar Kyoto, en we wilden er een doorbraak forceren. Ik overtuigde Clinton om te tekenen, maar dat verdrag moet nadien worden goedgekeurd door de senaat. Daar kon ik noch de Republikeinen noch voldoende Democraten overtuigen. Niet vergeten: in 1997 schreeuwde meer dan de helft van de kranten dat de opwarming van de aarde onrealistisch was. Daarenboven kón ik als vice-president niet zeggen dat dit de beleidsfocus moest worden. Een van de dingen die deze ervaring me leerde: richt je tot de mensen. Zíj moeten willen veranderen.
U beschouwt de klimaatsopwarming niet als een politieke maar als een morele zaak. Is het kapitalisme en de vereiste om te groeien dan geen hinderpaal?
GORE: Het is een moreel, een ethisch, zelfs een spiritueel issue. Maar de oplossingen zullen politiek en economie erbij betrekken. Kapitalisme an sich hoeft geen hindernis te zijn. Sommige ingrepen zijn essentieel om van het kapitalisme een geallieerde te maken in plaats van een tegenstander. Nu houden de keuzes in de markt onvoldoende rekening met de gevolgen voor het milieu. Deze worden nog beschouwd als een ‘bijkomstig effect’ terwijl het label ‘externality’ een illusie is.
We stelden alternatieven voor om de wijze waarop het kapitalisme omgaat met waarden en milieuzaken, te reguleren. Ik wou de taksen op tewerkstelling verminderen en dat putje vullen door de taksen op vervuiling, hoofdzakelijk koolstofdioxide, te verhogen. Zodat we zakenlui aanmoedigen om mensen te werk te stellen maar ze ontmoedigen om het milieu te verwoesten. Gewoon een shift in het belastingssysteem is één manier om een prijskaartje te kleven op de gevolgen van koolstofuitstoten. Als we dat zouden doen, dan zou de markt zich al behulpzamer tonen om de crisis op te lossen.
Wat is het verschil in uw betrokkenheid in de opwarming van de aarde, als je vandaag vergelijkt met uw standpunten van in de late jaren 60?
GORE: Ik heb kunnen leren van grote wetenschappers, die de eersten waren om de CO2 in de atmosfeer te berekenen. Het patroon was van in het begin duidelijk; sinds dan namen de bewijzen alleen toe! Ik ging naar de noordpool. Alleen al die kap zién smelten is een ongelooflijke ervaring. Ik trok naar New Orleans in de directe nasleep van orkaan Katrina; zién uitkomen wat er in de jaren 60 en 70 werd voorspeld had een grote impact op me.
In mijn privé-leven beleefde ik ook dingen die me onderuit haalden, mijn levenshouding en prioriteiten bijstuurden - dat steekt hier en daar in de film. Door dit alles kwam deze crisis bovendrijven als het belangrijkste waar ik mijn tijd mee kan vullen.
Soms liet ik vallen dat dit item een uitdaging is voor onze morele verbeeldingskracht. Vandaag voel ik me in staat om die uitdaging aan te gaan; ik ben sterker, rijper en wijzer dan 40 jaar terug. Ik zie het probleem levendiger en vond intellectuele moed. Op emotioneel vlak versta ik de realiteit ervan beter want ik voélde de mogelijkheid van het verlies van wat het waardevolst is op deze planeet. Dát gaf me doorzettingsvermogen.
BRUSSEL - OKTOBER 06
1 AN INCONVENIENT TRUTH
Toen het jongste Festival van Cannes voor hem de rode loper uitrolde reageerde ‘filmster’ Al Gore met zelfspot. “Wie mij vroeger zocht in een kamer vol geheime agenten had het makkelijk,” zei de voormalige Amerikaanse vice-president en presidentskandidaat, “ik was de stijve hark!” Dat houterige imago wordt door de documentaire AN INCONVENIENT TRUTH niet vernietigd, daarvoor zijn Gore’s grapjes wat té geforceerd, maar wel grondig bijgestuurd. Al Gore blijkt een gedreven man met een missie en een boodschap. Gewapend met zijn laptop wil hij het publiek (in zalen en nu ook bioscopen) via een veredelde PowerPoint-presentatie overtuigen dat het point of no return wat betreft global warming niet meer veraf is (10 jaar schat Gore). Met kaarten, grafieken, voor-en-na foto’s (van gletsjers en poolijs) en beelden van natuurrampen wijst de man die (in zijn eigen woorden) “used to be the next president of the United States” dat het pad van de onomkeerbare zelfvernietiging dringend moet worden verlaten. (...) Gore schittert niet in technische argumenten (zijn ‘groene economie’ wordt zwak onderbouwd) maar blinkt wel uit in het bewerken van geesten. Overtuiging, geloof en bezieling zijn cruciaal. En ook een wat naïef vooruitgangsdenken. Op dat vlak lijkt hij op de idealisten uit Frank Capra-films. Gore doet ook wat denken aan James Stewart en wordt door regisseur Davis Guggenheim vaak vanuit heroïsch kikvorsperspectief in beeld gebracht. De strijdende eenzaat kampt, net zoals die andere Amerikaanse helden in de docs Fahrenheit 9/11 en Supersize Me, tegen het establishment dat er volgens Al Gore (in Le Monde) voor zorgde dat “televisie het debat verstikte”. Wie het vooruitgangsgeloof niet deelt zal meer waarde hechten aan ‘De Ondergang’ van geograaf en evolutionair-bioloog Jared Diamond, een boek waaruit blijkt dat niet alle beschavingen op overleven en progressie gericht zijn, maar deze doc heeft wèl de verdienste een ‘ongelegen komende waarheid’ op boeiende wijze te presenteren. “Films zijn een middel om iets anders dan gepasteuriseerde informatie te serveren” stelt Gore en daar slaagt AN INCONVENIENT TRUTH wonderwel in. (idk)
reg. Davis Guggenheim
fot. Guggenheim & Bob Richman
muz. Michael Brook
mon. Jay Cassiday & Dan Swietlik
act. Al Gore (zichzelf)
pro. Jeff Skoll, Lawrence Bender & Scott Z. Burns
dis. UIP
USA / 2006 / 98’
[ Lees de filmbespreking in ons oktobernummer ]
2 PERCY, BUFFALO BILL EN IK
Er dreigen wolkjes aan de helblauwe zomerhemel in deze jeugdfilm van de Zweed Anders Gustafsson, gebaseerd op het semi-autobiografische kinderboek van Ulf Stark dat de schrijver zelf tot script bewerkte. De tienjarige knullen Ulf en Percy zijn bloedbroeders, al is dat natuurlijk wel makkelijk gezegd. Hun vriendschap komt meteen in het gedrang wanneer Ulf de zomer doorbrengt bij zijn grootjes op het platteland. Want niet alleen heeft zijn beste maat zich ongevraagd geïnviteerd, hij wordt ook nog eens z’n rivaal in de (eerste) liefde: het meisje Pia op wie de klungelige Ulf dol is, ziet veel meer in de gewiekste Percy die alle eilandbewoners om z’n vinger windt. Jaloezie verstoort de idylle, maar de dramatische rimpeltjes die daardoor in de aaibaar gefilmde zeeoever en de weidse groene akkers worden getrokken, zijn mild. De cineast raakt weg met zijn ontroerende aanpak van een bekend gegeven waarbij hij het niet moet hebben van grote gebaren, wèl van prachtfiguren gespeeld door knappe (kind)acteurs, serieuze thema’s als liefdesgepieker, ouder worden en vastgeroeste relaties, en een verzorgde vormgeving die baadt in nostalgische jaren 50-tonen. Deze Scandinavische avonturenfilm kabbelt rustig voort terwijl spilfiguur Percy met zijn open, directe en naïeve kijk bevroren harten doet smelten, en bij elk personage iets losweekt. Zo is die verzuurde mopperkont van een opa wel nog verliefd op oma, maar die is dan weer weg van Buffalo Bill, dus wórdt de knorrepot dan maar de stoere held van het Wilde Westen. Van opa, die zichzelf in de gekwetste Ulf herkent, krijgt de knaap de mooiste les: wees niet zo koppig, bitter en boos in het leven. Uitstekend dat zulke adviezen er nooit met de hamer worden ingeklopt, en eindelijk nog eens een plezante familiefilm die ook intelligent genoeg is om het zedenpreken achterwege te laten. (jdc)
reg. Anders Gustafsson
sce. Ulf Stark
fot. Camilla Hjelm
muz. Magnus Jarlbo
mon. Asa Mossberg
act. Daniel Bragderyd (Percy), Hampus Nyström (Ulf), Felice Jankell (Pia)
pro. Christine Larnfelt, Line Spanning
dis. Jekino
Z / 2005 / 83’
[ Lees de filmbespreking in ons oktobernummer ]
3 A CRIME
“Ik zag liefde in je ogen en zelfs al komt die liefde uit de hel, dan nog wil ik er méér en méér van” zegt taxichauffeur Roger tegen zijn droomvrouw Alice. Zonder het te beseffen zit hij echter al lang in een nachtmerrie. Want Alice castte hem niet als geliefde. Zij wil haar buur Vincent gelukkig maken. Omdat die nog te geobsedeerd is door de nooit gevonden moordenaar van zijn vrouw reikt Alice hem een schuldige op een presenteerblaadje aan. Maar de ideale schuldige bestaat niet. De perfecte misdaad evenmin. (...) Pradal zag A CRIME als een tragisch universeel sprookje en besloot samen met (Angelopoulos) DP Yorgos Arvanitis om “te werken met weinig licht en kleur, te draaien op het uur waarop de hond wolf wordt. Dat is immers wat er met de personages gebeurt”. Ook de boomerang die Keitel over de East River laat zweven had voor hem een functie: “Het idee was majestueuziteit in zijn leven te brengen. De boomerang paste daarbij omdat ie tussen wildernis en beschaving zit. Ik zag Roger als iemand die boven zijn stad zweeft en een gekke droom koestert. Want elk van de drie personages heeft zijn eigen waanzin. Dat de boomerang niet meteen terugkeert is een narratieve metafoor: dingen lopen via omwegen maar belanden uiteindelijk in je gelaat”. (...) (idk)
reg. Manuel Pradal
sce. Manuel Pradal & Tonino Benacquista
fot. Yorgos Arvanitis
muz. Theodore Shapiro & Ennio Morricone
mon. Jennifer Augé
act. Harvey Keitel (Roger), Emmanuelle Béart (Alice), Norman Reedus (Vincent), e.a.
pro. Michèle & Laurent Pétin
dis. Les films de l’Elysée
USA-F / 2006 / 102’
[ Lees de filmbespreking in ons oktobernummer ]
THE CELESTINE PROPHECY
reg. Armand Mastroianni
sce. Barnet Bain en James Redfield naar diens roman
fot. R. Michael Givens
muz. Nino Malo
mon. Maysie Hoy, Scott Vickrey
act. Matthew Settle, Thomas Kretschmann, Sarah Wayne Callies
pro. James Redfield, Barnet Bain, Terry Collis
dis. BFD
USA / 2006 / 99’
[ Lees de bespreking in ons novembernummer ]
COMME TOUT LE MONDE
reg. Pierre-Paul Renders
sce. Renders en Denis Lapière
fot. Virginie Saint-Martin
muz. Jean Massicotte
mon. Ewin Ryckaert
act. Khadil Maadour, Caroline Dhavernas, Chantal Louby, Gilbert Melki, Thierry Lhermitte
pro. Diana Elbaum
dis. Belga
B-F-L-CDN-D / 2006 / 90’
L’HOMME DE SA VIE
reg. Zabou Breitman
sce. Zabou en Agnes de Sacy
fot. Michel Amathieu
mon. Richard Marizy
act. Charles Berling, Bernard Capman, Léa Drucker
pro. Philippe Godeau
dis. Les Films de l’Elysée
F / 2006 / 114’
MONGOLIAN PING PONG
Na de wat exotisch getinte succesverhalen zoals het ontroerende The story of the weeping camel en het uit het leven gegrepen The cave of the yellow dog dient er zich al weer een Mongoolse film aan maar deze keer in een regie van... een Chinese regisseur, een onderdaan van het land dat Mongolië bezet houdt. Dat is niet onbelangrijk om de onderliggende ironische boodschap van deze film te kunnen vatten. Ergens in een uithoek van de uitgestrekte Mongoolse steppe ziet een door het leven van alledag lanterfantend kransje kwajongens per toeval in een helder klaterend riviertje een wit balletje voorbijdrijven. Zij vissen het ding uit het water maar (her)kennen het pingpongballetje niet. Een geschenk, een parel uit de hemel? Zo beweert grootmoeder. Het balletje maakt iedereen nieuwsgierig - de vragende blikken op de stugge, weerbarstige koppen van de pubers spreken boekdelen - maar zorgt ook voor twijfel, wrevel, geruzie zelfs. En dus besluiten de jongens het balletje uiteindelijk maar “aan de natie terug te geven”. Want dat het ding het nationale balletje is van China is duidelijk. Voor de jongens toch. MONGOLIAN PING PONG, dat mysterie aan humor linkt, is een heerlijke film met een subliem (louter auditief) slotakkoord. Hoe zou het gesteld zijn met de relatie tussen het huidige China en het jonge volkje in Mongolië? Wedden dat in deze vraag de metaforische kracht van MONGOLIAN PING PONG zit! (fs)
reg. Ning Hao
sce. Ning Hao, Xing Aina & Gao Jianguo
fot. Du Jie
muz. Wuhe
mon. Jiang Yong
act. Hurichabilike (Bilgee), Dawa (Dawaa), Geliban (Ergotov), Yadamnarbuu (Bilgees vader), Badmaa (Bilgees moeder)
pro. Lu Bin & He Bu
dis. BFD
CN / 2005 / 102’ Originele titel: LÜ CAO DI
[ Lees het de bespreking in ons juninummer ]
LE PRESSENTIMENT
Advocaat Charles Bénesteau besluit in het vooruitzicht van zijn 50ste verjaardag zijn leven een heel andere kant uit te sturen. Hij verlaat vrouw, familie en vrienden - zijn biotoop - om onder te duiken in een totaal andere sociale klasse: een Parijse volksbuurt met niet zo’n goede naam en faam. Bénesteau (door de regisseur zelf gespeeld) kan de betweterigheid, de arrogantie van zijn milieu niet langer verdragen en wil zich in de grootst mogelijke anonimiteit terugtrekken. Hij rijdt er rond met de fiets, laat zich de praatjes van de buren welgevallen, staat hen nog wel kosteloos bij met raad en daad, maar dat is het zo’n beetje. Deze thematiek is niet nieuw. Jean-Pierre Darroussin adapteerde de roman van Emmanuel Bové - daarin schetst de auteur de onmogelijkheid om enige controle op ons bestaan te hebben - om uit te zoeken hoe moeilijk het is om een toekomst uit te stippelen die anders is dan die je door het lot werd toebedeeld. Deze ‘vrijheid blijheid’-concept zorgt in het begin van deze gemoedelijke zedenschets nog wel voor soelaas (een vleugje humor én een dosis verwondering. Maar verder dan ‘geluk in eenzaamheid’ gaat het evenwel niet. Met dat thema was vooral inhoudelijk een boeiendere film te bedenken. (fs)
reg. Jean-Pierre Darroussin
sce. Darroussin & Valérie Stroh, naar de gelijknamige roman van Emmanuel Bové
fot. Bernard Cavalié
muz. Albert Marcoeur
mon. Nelly Quettier
act. Jean-Pierre Darroussin (Charles Bénesteau), Didier Bezace (Albert Testat), Valérie Stroh (Isabelle Chevasse), Hippolyte Girardot (Marc Bénesteau)
pro. Patrick Sobelman voor Agat Films & Cie
dis. Victory
F / 2006 / 100’
[ Lees de bespreking in ons oktobernummer ]
PULSE
In zijn onstilbare honger naar geschikt materiaal blijft Hollywood Japanse prenten overmaken. PULSE is de voorlopig laatste aflevering van de catalogus ‘J-Horror’ die inmiddels een Amerikaanse remake kregen (zie Ring 1 & 2, The Grudge, Dark Water). Het betreft een bewerking van Pulse (Kairo) uit 2001. Die prent was van de hand van Kurosawa Kiyoshi, een veelfilmer die zich via een reeks razend knappe genrefilms (Cure, Séance, Doppelgänger) opwierp als een van de boeiendste Japanse regisseurs van het ogenblik. Het origineel was een pareltje van onderhuidse spanning en latente dreiging. De plegers van de Amerikaanse versie vonden het jammer genoeg nodig vanaf de allereerste beelden duidelijk te maken dat het om horror gaat. (...) De beste Japanse horrorfilms verbinden huiver met maatschappelijke malaise en stellen kritische vragen bij bepaalde fenomenen in de samenleving. Amerikaanse remakes blijven doorgaans veilig aan de oppervlakte. Ze kopiëren een verhaal waarvan ze de implicaties niet (willen) begrijpen en vermenigvuldigen vervolgens de look met factor x, waardoor de balans zoek raakt en je alleen hype en gladde production design overhoudt. PULSE van Jim Sonzero is geen uitzondering. De audiovisuele vormgeving maakt de prent angstaanjagend en levert een paar indrukwekkende beelden op, die voor een aantal kijkers moeilijk te verteren zullen zijn. Maar wie het laagje vernis wegkrabt, ziet een film die door zijn buitensporig effectbejag ongewild komische trekjes krijgt. Op het einde doet een bij de haren getrokken allusie op de aanslagen van 11 september de deur helemaal dicht. PULSE is genietbaar als vederlichte pulp, maar ernstig nemen kun je het voor geen seconde. (gdh)
reg. Jim Sonzero
sce. Ray Wright naar het scenario van Kurosawa Kiyoshi
fot. Mark Plummer
muz. Elia Cmiral
mon. Marc Jakubowicz, Robert K. Lambert, Bob Mori, Kirk M. Morri
act. Kristen Bell (Mattie Webber), Ian Somerhalder (Dexter McCarthy), Christina Milian (Isabell Fuentes), Rick Gonzalez (Stone), Jonathan Tucker (Josh Ockmann), e.a.
pro. Michael Leahy, Joel Soisson
dis. Paradiso
USA / 2006 / 90’
[ Lees de bespreking in ons oktobernummer ]
WINDKRACHT 10: KOKSIJDE RESCUE
Met wat goede wil kan men de vergelijking maken tussen de overstap van de serie Miami Vice naar de langspeelfilm van Michael Mann en eenzelfde proces bij WINDKRACHT 10. De film van Hans Herbots (Falling en Verlengd Weekend) is ambitieuzer, meer zwaarwichtig en oogt gestileerder dan de oorspronkelijke tv-reeks. De dagdagelijkse kleuren van de serie worden gefilterd (het neonblauw van Miami Vice wordt weliswaar vervangen door een geelachtig groen dat militaire camouflage en Vlaamse duinen suggereert) en het camerawerk is complexer. Over het algemeen noteren we hierbij een grote vooruitgang. De acteurs mogen wat ‘platter’ praten en gemener vloeken, wat het naturel van de acteerprestaties vergroot. Net zoals in de serie zijn het de relaties tussen de personages die het verhaal voortstuwen en dienen de actiescènes als bindmiddel om het tempo omhoog te krikken. De exploten van militaire reddingsteams aan de Belgische kust zijn nu eenmaal niet zo omvangrijk als de undercoveroperaties van flikken uit Miami. De uitdaging bestond er dan ook in om de speelduur van een doorsnee aflevering te verdubbelen zonder qua spanningskracht in te leveren. De makers slagen wonderwel in dat opzet, vooral dankzij geloofwaardige intriges en karaktertekeningen. Centraal staan twee jonge nieuwe personages: Rick, een waaghals die heel wat demonen uit zijn verleden meesleept en de verhoudingen binnen het team danig door elkaar schudt. Hij ontwikkelt al gauw een liefde-haat verhouding met de knappe en trotse teamdokter Alex. Regisseur Herbots bewijst dat Verlengd Weekend geen toevalstreffer was en zal met deze grootschalige productie wellicht het stormachtige succes boeken dat hij met zijn bescheiden film al verdiende. Een bediscussieerbare consequentie van de bigbudget aanpak is wel dat het Vlaamse karakter plaats ruimt voor een puur op Amerikaanse leest geschoeid actiefilmgevoel. De producenten hebben ongetwijfeld opgemerkt dat die aanpak hen eerder al met De zaak Alzheimer van Erik Van Looy geen windeieren heeft gelegd. Terwijl de serie Windkracht 10 een gezapig en realistisch ‘Belgische kustsfeertje’ uitademde, bevinden we ons nu in de Top Gun van de Lage Landen. Naar het einde toe zelfs wat te expliciet, wanneer alle actieregisters nog eens, maar onnodig lang, worden opengetrokken voor een spectaculaire redding op een brandend cargoschip. Deze onvermijdelijke uitschuiver terzijde is het geen geringe prestatie dat de Vlaamse filmindustrie met WINDKRACHT 10: KOKSIJDE RESCUE haar eerste poging tot grootschalig popcornsucces zonder kleerscheuren heeft weten te doorstaan. (mt)
reg. Hans Herbots
sce. Pierre De Clerq
fot. Danny Elsen
muz. Matt Dunkley
mon. Philippe Ravoet
act. Kevin Janssens (Rick), Veerle Baetens (Alex), Ludo Busschots
pro. Erwin Provoost & Hilde Van Laere voor MMG
dis. KFD
B / 2006 / 112’
[ Lees de bespreking in ons novembernummer ]
|