FILMMAGIE CINEMAGIE DOCIP CLUBS EDUCATIEFAGENDA LINKS
CINEMAGIE
ABONNEER
BLIK IN
BLIK VOORUIT
CLIP
CONTACT
OVER
VERKOOPPUNTEN

CLIP -CHRIS CUNNINGHAM [ 10.07.2004 ]
KORTE FILMS MET MUZIEK
door Julie Decabooter

Innoverend beeldenstormer en rijzende ster in de wereld van de muziekvideo, commer­cial en videokunst Chris Cunningham - die in CineMagie eerder al enkele keren met een artikel werd "vereerd" - heeft, na zijn uit 1997 daterend meesterlijk stukje horror "Come To Daddy" een stormwind doen woeden in de muziekindustrie.

Met zijn grensverleggende, krachtige en memorabele beeld­taal barstend van mystiek, zwart­gallig-verwrongen humor en ironie is hij vandaag - na een carrière van amper 10 jaar - een geves­tigd video-auteur. We beperken onze bespreking tot de acht muziek­video’s (hoewel Cunningham voor het dubbele tekende), geperst op de recent gelanceerde dvd THE WORK OF DIRECTOR CHRIS CUN­NINGHAM. Of: een tipje van de sluier van een visio­nair en begenadigd kunstenaar die als geen ander muziek en beeld zo uniek weet te verstrengelen.

Nochtans heeft de Britse schilder, beeldhouwer, muzikant en filmer Chris Cunningham (°1970), opge­groeid in Lakenheath (Suffolk) maar wonend in Londen, nooit carrière gezócht. Eerder dan een kunstop­leiding te volgen werd Cunningham, vergezeld door heel wat talent en fingerspitzengefühl, als 17-jarige snaak in de film­industrie gekata­pulteerd om aan de slag te gaan als speci­al effects-artiest voor Aliens 3 en Hardware. Die inte­resse kalfde af maar zijn passie voor mu­ziek, fotografie en film werd er alleen maar door aangewakkerd. Nadat Cun­ningham nog een jaar­ mee­draaide in het effectenteam van Kubricks AI - na diens dood door Spiel­berg opnieuw opgepikt - en in de ban raakte van de anato­mie van zowel de mens- als machi­newe­reld (of liever: hun creatie, cohabitatie en desinte­gratie) ver­zeilde hij bij het produc­tiehuis Acti­vate.

Obsessies
Ginds mocht de dilettant met het fiasco "Second Bad Vilbel" (1995) van Autechre proefkundig vaststellen dat sterke, ove­rambi­tieuze clipideeën zonder camera-erva­ring niks ople­ve­ren. De mechani­sche, experimentele techno van Autechre inspi­reerde Cunningham tot een abstracte compositie van een eigen­handig gefabriceerde robotachtige machinatie. Een sys­teempje dat zich auto­noom activeert om zich vervolgens een weg door het pla­fond te boren. Hoewel Cunninghams obsessies (robo­tten, industrie, oniri­sche dimensies, ruisbeelden, anime) toen al samen­smolten, faalde de opzet: elk geluid zou het beeld ver­vor­men en de robot ietwat meer leven inblazen. Zowel de lamen­ta­bele foto­grafie en slappe beweging als de non-synchroni­satie van beeld en muziek zorgden voor een primi­tieve video waar nie­mand genoegen mee nam. Maar Cun­ningham krabbelde niet terug. Inte­gendeel.
Cunningham: "Ik voelde me behoorlijk gedesillusio­neerd. Mijn abstracte filmambities bergde ik op met de bedoe­ling om ze in de toekomst, met wat meer ervaring, opnieuw na te streven. Ik besliste me te verdiepen in een conventionelere vertelstruc­tuur en technische zaken. Deze gebruikte ik in latere clips met dat verschil dat mijn ideeën wél vorm kregen". Toen de Britse elektro-auteur Aphex Twin (Richard D. James) - de meest inventieve én invloedrijke figuur in de heden­daagse elektromuziek - Cunningham moederlijk onder de vleugels nam, werd uit hun eerste samenwerking een mees­ter­werkje geboren: "Come To Daddy" (1997). Cunninghams naam was geves­tigd, zijn carrière gelanceerd.

"Come To Daddy" speelt zich af in een desolaat gebouwencomplex in East-London waarin demonische, door vernie­tigingsdrang gedre­ven monsters (androgyne figuren met kinder­lijfjes en kop­pen van Richard D. James) als ratten in een hol rondwrie­me­len. Wanneer de pitbull van een oude dame (Cun­ningham: "De veel te grote hond van dat oud vrouw­tje is pure nonsens: waarom zou zij in hemelsnaam zo’n mon­sterach­tig, aggressief en horse sized beest willen? Het wérkte voor de video maar de idee slaat op niks") zijn terri­torium afba­kent, dient de misvormde ziel in de gesluikstorte tv hem van het ant­woord: "I want your soul. I will eat your soul."
Waarop de duivelskinde­ren hun amorfe leider aan­bidden, niets­vermoedende passanten de daver op het lijf jagen en de omgeving tot schro­ot herlei­den. Nadat de demon de tv uitwandelt en met wijdge­spreide bek het oudje van ’r sokken blaast, vervoegt hij de mu­tanten in de hel. Aphex Twins beang­stigende muziek (inclu­sief ijle kinder­stemme­tjes) gaat supe­rieur gepaard met de intens huiveringwekkende maar ook geestige clip over de ge­spannen relatie tussen reb­el­se jongeren en populaire main­streammedia.

Dromen
Vele clip-ideeën putte Cun­ningham uit jeugd­ervarin­gen én dromen/nachtmerries. Cunningham: "Only You" kwam voort uit een alsmaar weerkerende droom die ik als kind had: ik liep de straat van mijn dorp af en kon niet meer ademen. Best te vergelijken met op de zeebo­dem staan en de boten en het opper­vlak van het water veertig voet verder wel zíen, maar het in alle paniek niet kunnen bereiken". De bewegingen van zangeres Beth Gibbons (Por­tishead) en een (buitenaards?) jongetje zijn in de vrees­aanja­gen­de, nach­telij­ke dream noir "Only You" mees­terlijk afge­stemd op de medita­tieve, drome­rige trip hop-beats van de Bristol-band.
Be­vreem­dende effec­ten à la Lynch en apocalyptische accenten, ont­leend aan David Fincher, werden gecre­erd door scènes op te nemen in een watertank en - na het vakkundig digi­taal wegpoet­sen van lucht­bellen - naar het droge te trans­poneren. De zangeres en de jongen die in een verlaten steeg, beklemmend ingesloten door hoge ramen en muren, sferisch meedobberen op de nostalgi­sche, pijn (of plezier?) uitsto­tende vocalen voelen daardoor even ver­trouwd als vreem­d aan. In harmonie met de song be­weegt de jongen - om een of andere reden gefascineerd door zijn bewegende voeten - in afwis­selende slow-mo en high-speed. In "Only You", een betove­rend mooie clip met een gran­dioze chore­ografie van lichamen in minimale beweging, to­ont Cunning­ham zich een meester in het opvangen van beelden die de per­soon­lijkheid van de artieste en de jazzy mood van de song perfect illustreren. Net zoals de song als­maar hapert en op­nieuw opstart, worden zwemmende haren en lichamen vastge­vroren en opnieuw in beweging ge­duwd. Terwijl een volle maan en gemu­ltip­lieerde, obser­verende mannen vanuit de hoogte op het spekta­kel neerkijken.
In een mix van surrealisme en werkelijk­heid giet Cunningham de song over de pijn van liefde in een bloedmooie poëtische vorm. Cun­ningham: "De clip voor "Only You" wou ik meer dan wat ook maken. Ik was zelfs enthou­siaster dan voor "Come To Dad­dy"! De song is zo cinema­togra­fisch, zo visueel en zo creepy. Dergelijke songs zijn een geschenk. De clip bena­dert de oorspronkelij­ke idee in mijn hoofd ook het meest van alles wat ik al maakte".

Ondanks het torenhoge budget is het magisch-realistische "Frozen" (1998) van Madonna allerminst Cunninghams vinding­rijkste of spectacu­lairste clip, wél de clip waarmee Madonna’s carrière uit het slop werd gehaald. Gesitu­eerd in de Mojave woestijn bouwt Cunning­ham het hele verhaaltje rond de persona van de charismatische zangeres. Overigens een stijlbreuk met zijn werk. Via de morp­hing-techniek spat Madon­na uiteen in o.m. een dozijn opvlie­gende raven ("Love is a Bird, she needs to fly. Let all the hurt inside of you die") of een doberman, vliegt ze de lucht in of walst ze met haar digitaal gecre­erde duplica­ten. Stevig ingepakt in een volumineuze zwarte jurk (een beel­tenis van een heks), haar handen met henna-afbeeldingen be­dekt, focust de gladgepo­lijste go­thic-video met isolatie als rode draad op de eenzaamheid van de zangeres.
Voor Cunningham echter bleek het budget meer een last dan een lust: "Ik denk dat ik na "Froz­en" ook wel wat depressief was; ik had een gelijkaardige erva­ring zoals na Autechre. Weeral had ik iets vaags in mijn hoofd waarbij ik niet slaagde er iets coherent van te maken".

In de donkerkomische, freaky maar emotioneel recht-voor-de-raap-clip "Afrika Shox" (1998) van Leftfield strompelt een getormenteerde zwarte man - vel over been én de waanzin nabij - onder de skyscrapers van NYC. Wanhopig op zoek naar hulp. Blanke zaken­mensen snellen ’m voorbij in de koude lichtstad die haar noodlijden­de kinderen geen blik waardig gunt. Break­dancers - mét zanger Afrika Bam­baataa - kunstelen op de grond­... terwijl de broze ledematen van de ongefortuneerde zwarte man, telkens hij iets aan­raakt, ver­brijzelen als poreuze ceramiek. Tot hij finaal verpletterd wordt door een auto en allen nog een mistige stofwolk rest...
De identiteit van de zwarte - een Afrikaanse vluchte­ling op zoek naar comfort of een man onder voodoo-bezwe­ring - blijft onduidelijk. Cunning­ham: "De idee van "Afrika Shox" is geba­seerd op een beeld dat ik jaren in mijn hoofd had: een soort Vietnam-veteraan. Het had iets te maken met zombies, met NY, met voodoo. Mis­schien is de man vervloekt of... misschien dronk hij gewoon te veel!". Als fascinerende delirium-trip of zwartkomische satire herbergt "Afrika Shox" een politiek statement over rassen­haat; het angst­vallig uit de weg gaan van de raciale pro­blematiek en de onver­schil­ligheid van het wes­ten ten aanzien van het zwarte continent.

Verhalenverteller
Cunningham is voor alles een verha­lenvertel­ler. Zowat al zijn clips, stuk voor stuk mini-kortfilms, volgen een narra­tieve structuur waarbij hij elementen uit de hedendaagse cinema combi­neert. Zowel deze epische stijl als zijn neus voor donke­re verhalen en absurde humor vloeien samen in de futuristische sci-fi video "Come On My Selec­tor" (1998) van Squarepusher, de eerste video ook die Cunningham zelf monteerde.
Eens te meer blijkt dat video’s voor artiesten ­van wie hij houdt een hoop genialer zijn dan die hij voor geld of voor de ervaring maakte. Gef­ilmd in een huis clos - een "Children mental hospi­tal" - laat Cunning­ham in high-speed zijn demonen los: een knetter­gekke meid met een hond-in-dok­tervermomming slaat één bewaker knock-out en voert een "b­rains­wap" uit op de andere - hij krijgt de herse­nen van een hond overgeplant. Bizarre songge­luidjes worden hypersynchroon op het cartoon­eske geweld g­eplaatst: een hond plant zijn tanden in een voet, een bewaker voert een salto uit,...
De intrigerende short heeft heel wat te danken aan Zuid-Koreaanse lunatics en verzamelt voorts ingre­di­nten uit de Japan­se anime, horror, psy­cho-thril­ler en scien­ce-fiction. Cunning­ham: "Ik bleef maar van idee veran­deren. Eerst wou ik een live action cartoon: écht slap­stick. Maar ik realiseerde me dat zoiets technisch te ambi­tieus was: een te hoog risico. Pas drie dagen voor opname had ik de idee van een zieken­huis voor gestoorde kinde­ren. Een goed excuus om te kunnen werken met pratende honden en Brainswap-machi­nes!".

De tweede samenwerking met Aphex Twin resul­teerde in de paro­die op flashy, stereotiepe rap/R&B-video’s "Window­licker" (1998). Met alles erop en eraan: blinkend gouden juwelen, schunnige taal, uitge­sponnen danssequenties en luxe-li­mo’s. Hoewel commer­cieel van opzet wordt de MTV-ethiek van de populaire cul­tuur met een zicht­baar ple­zier over­boord geworpen: misschien niet Cunning­hams groot­ste, maar wel de meest gehy­pete en begeerde.
"Wind­owlicker" kan worden beschouwd als de "Come To Daddy"-sequel alleen al door het ge­bruik van maskers én de vermenig­vul­diging van Richard D. James’ grimas­stuip­trek­kende gelaat. Ditmaal echter worden de gebronsde lichamen van beach­babes opgezadeld met zijn kop. Cun­ningham: "Omdat de song iets seksu­eels en feminis­tisch had, wou ik het geslacht veran­deren door James’ hoofd op een vrou­wenli­chaam te plaat­sen". Herhaling kan Cunningham moeilijk worden aangewre­ven. In tegen­stel­ling tot video-auteurs zoals Spike Jonze of Michel Gondry slaagt hij er telkens opnieuw in andere - weliswaar altijd donkere - werelden te creëren. De cartoon­eske (Cun­ningham schuwt rea­lis­me) video wordt ontvouwd in een zonover­go­ten palmbomen­laan in LA. Twee zwar­te machoboys vullen de lange prelude in met versierpraatjes - opgeluisterd met vloeken - tot Ri­chard D. James in een uitgerokken limo komt aange­rold en er in een uitgebrei­de danssequentie aardige tap­dans­jes op nahoudt. Door de stere­o­tiepen en knipogen dik in de verf te zetten ontman­telt Cun­ning­ham in de getto-fabel het expli­ciete sek­sis­me inherent aan promo-video’s.
Cunningham: "Door Madon­na gevraagd worden na "Come To Daddy" was nieuw en span­nend. Maar eens uít dat big acts-system wist ik wat ik echt wou: muziek­clips maken voor mensen - zoals Richard D. James - die ik graag zie en van wiens muziek ik hou. In plaats van een video te bedenken voor Elton John met een budget van mil­joenen ponden, maakte ik "Windowlicker", een tweede voor Aphex Twin, met ietwat meer midde­len dan "Come To Daddy".

A space odyssey
Zoals vrijwel alle sci-fi na 2001, A Space Odyssey in de schaduw van de meester kwamen te staan, liet ook Cunningham zich royaal inspireren door Kubricks beheerste esthetische design, veel meer nog dan Cunninghams eigen werk als hoofd van de robot­technolo­gie-effecten voor AI. Een abstract idee in concrete beeldtaal ballen lukt hem als nooit tevoren in het buiten-gewone en hoogstoriginele conceptuele kunstwerk "All Is Full Of Love" (1998) van het Ijslandse wonderkind Björk.
Als topvernieuwer in de muziek­sector nam ze in haar car­rière ooit de drie clipmaestro’s vandaag - Cunning­ham, Jonze & Gondry - onder de arm. Net zoals Björks fragiele liefdesballade met ambient-synthe­ziser én Japanse instrumenten tal van muzikale lagen bestrijkt, verkent ook Cunningham in "All Is Full Of Love" verscheidene terreinen. De teder­heid, ambivalentie én mys­tiek van Björks rijke en krachtige vocalen vinden in Cun­ning­hams beel­den een ultieme weer­klank.
Hoewel elegant, harmo­nieus, vertederend en intimistisch ont­rolt de clip zich... in een kil-mecha­nische indus­trie­we­reld. Ope­nend met een zacht­jes knispe­rend geluid van elek­tri­ci­teit tegen een zwarte achter­grond worden voorts twee levens­grote, crème­kleurige robot­ten - zacht als zijde en poreus als porse­lein - stukje voor stukje ineen­geknut­seld. In een minima­le setting wordt de song ontvouwd, de robot­ten opge­bouwd, AI geboren. Tijdens het zich in extreme slow-mo openplooiende ontstaans­proces waar­bij Björks ogen stilletjes opengaan zoals een ontluikende bloem, worden de robotten-met-mense­lij­ke-trekjes ver­liefd.
Het para­dijselijke decor ("Een witte hemel" volgens Cunning­ham), ontleend aan de Japanse anime, is simpel maar des te surre­ël en con­fuus. Want eens te meer beroept Cunning­ham zich op extre­men: zwart vs. wit, elegan­tie vs. abstrac­tie, klini­sche steri­liteit vs. mense­lijke puurheid, artifi­ciële houte­righeid vs. vloeien­de dynamiek. Zijn sterk aanvoe­len van de vrouwe­lijke anatomie laden de clip seksu­eel sugges­tief. Beide robot­ten werden door Cunningham zelf gemo­del­leerd, de ge­zich­ten naar Björks fragie­le gezichtje - ogen en mond - ge­boet­seerd, en vervaar­digd door Paul Cat­ling (verantwoorde­lijk voor de maskers in "Wind­owlic­ker").
Voorzichtige bewe­gingen, menselij­ke intimiteit in een klini­sche omgeving en emotionele intensi­teit keren de sf-notie van de ontmenselijking van machines om: in "All Is Full Of Love" ogen de door bedra­ding in het leven geroepen robotten als mensen van vlees en bloed. De killige pracht van het hoogtech­nologi­sche design gaat op in de sensue­le organi­sche wereld; de robotten begin­nen schuchter elkaars ’lichaam’ te explo­reren, te stre­len, te minnekozen. Om te sluiten met een eroti­sche omhel­zing...­ Bij Cunningham en Björk regeert Liefde zelfs in een ijskoude wereld.

[Bron info & interviewfragmenten: dvd-booklet van The Work of Director Chris Cunningham - A collection of music videos, short films, video installations and commercials - gelanceerd door het Direc­tors-label van Palm Pictu­res]

handcrafted by fluxx